Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2:

Zekerheidsstelling

Onderdeel van Beleidsregels bijstand en eigen woning

1.. Op de bijstand in de vorm van een geldlening in verband met een eigen woning (registergoed) wordt met inachtneming van de wetsbepalingen ter zekerheid (krediet)hypotheek gevestigd. 2.. Op de bijstand in de vorm van een geldlening in verband met een eigen woonwagen of woonboot (niet-registergoed) wordt met inachtneming van de wetsbepalingen ter zekerheid pandrecht gevestigd. 3.. Het college verbindt op grond van artikel 48, lid 3 van de wet aan het verlenen van de geldlening verplichtingen die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan de bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen. 4.. Het college verbindt aan de verlening van eerdergenoemde bijstand (onder zekerheidsstelling van hypotheek of pandrecht) de verplichting dat de belanghebbende aan de vestiging van de hypotheek of het pandrecht meewerkt. 5.. Wanneer de belanghebbende geen medewerking verleent wordt geen verdere bijstand verstrekt en wordt de eventueel verleende bijstand op grond van artikel 58, lid 2, sub b van de wet teruggevorderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel