Bij sterkteberekeningen en ontwerpberekeningen worden de voorgeschreven normen gebruikt. In de loop van jaren zijn deze normen gewijzigd doordat er meer begrip is ontstaan over belastingen en het gedrag van bouwmaterialen en constructies.
Voor verkeersbruggen verschenen pas omstreeks 1920 meer algemene bepalingen voor de aan te houden belasting. Daarvoor formuleerden de beheerders hun eigen eisen voor de belasting. Omstreeks 1920 werd er nog uitgegaan van voertuigen van maximaal 14 ton met een gelijkmatige verdeling van de belasting. In 1933 verscheen het voorschrift “Voorschrift voor het Ontwerpen en voor het Vervaardigen en Opstellen van Stalen Bruggen” In 1938 werd deze definitief “VOSB 1938”. Hierin werden de verkeersklassen A, B, C en D onderscheiden. Sinds 1963 werd de volgende indeling gehanteerd volgens de VOSB 1963:
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Verkeersbelasting en constructieve veiligheid
Onderdeel van Beheerplan civiele kunstwerken 2021 t/m 2025