Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2.4

Exploitatie

Onderdeel van Beheerplan civiele kunstwerken 2021 t/m 2025

Met de actualisatie stijgen de kosten voor het beheer van de civiele kunstwerken t.o.v. de begroting 2020 met € 62.611. Voor de komende planperiode wordt, gelet op de uit te voeren werkzaamheden, uitgegaan van een ureninzet die hoger is dan die van 2020. Het betreft geen extra capaciteit, maar een verschuiving van uren binnen de beschikbare formatie van de afdeling Beheer Openbare Ruimte. Het toename in kosten van € 35.581 heeft dus geen effect op de gemeentebegroting. De storting in de voorziening neemt ten opzichte van de begroting iets toe. Ondanks dat het klein en regulier onderhoud nu niet meer ten laste wordt gebracht van de voorziening, nemen de kosten voor groot onderhoud die ten laste worden gebracht van de Voorziening toch toe. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door aanpassing van de uitvoeringskosten naar het prijspeil 2020 en door uitbreiding van het areaal. Uitbreiding van areaal betreft onder meer kunstwerken Ter Aar West en Buytewech Oost en de overzetbrug over de Kromme Mijdrecht in Zevenhoven. Doordat het klein onderhoud nu ten laste komt van de exploitatie nemen die kosten toe met € 72.500. De storting in de Reserve herwaardering investeringen maatschappelijk nut wordt met € 50.429 verlaagd. De storting in de Reserve wordt direct verrekend met de (toenemende) kapitaallasten. Hiervan zijn uitgezonderd de oude kapitaallasten (afschrijvingen) van voor 2017. Deze kapitaallasten vormen tot 2032 een vaste kostenpost op de exploitatiebegroting. Exploitatiebegroting civiele kunstwerken

Rechtspraak bij dit artikel