Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Ruimtelijke kwaliteit

Onderdeel van Beleids en Beheerplan Openbare Verlichting 2020 tot en met 2024 Gemeente Nieuwkoop

De kwaliteit van de openbare ruimte wordt bepaald door het gebruik en de beleving van de ruimte door de gebruikers. Zij beleven een ruimte in het donker anders dan overdag.. Onderstaande factoren hebben invloed op de kwaliteit van de openbare ruimte: Visuele geleiding en markering; Verlichting van semiopenbare ruimte; Reclameverlichting en bewegwijzering. 3.4.1Visuele geleiding en markering In bepaalde gevallen is het niet zozeer noodzakelijk om de straten te verlichten, maar is een oriëntatiepunt al afdoende om de bestuurder te ondersteunen met het herkennen van het (veranderende) verloop van de weg, zoals bochten en rotondes. Er zijn twee manieren om oriëntatieverlichting toe te passen: passief en actief in de contouren van de weg. Passieve markering maakt gebruik van verlichting afkomstig van de auto’s zelf en reflecteert dat licht. Actieve markering beschikt over een eigen lichtbron, vaak in combinatie met een reflector. De noodzaak voor een dergelijke markering (bijvoorbeeld op vrij liggende fietspaden) komen in het GVVP naar voren. Zie ook paragraaf 3.3. 3.4.2Verlichting van semi openbare ruimte Onder semi openbare ruimte worden de openbare ruimten verstaan die naar privé ruimten leiden, maar waar onbekenden in principe niets te zoeken hebben. Deze ruimten hebben geen algemeen karakter. Dergelijke semiopenbare ruimten zijn bijvoorbeeld achterpaden en brandgangen. 3.4.3Reclameverlichting en bewegwijzering Reclameverlichting en bewegwijzering zijn van invloed op het verlichtingsbeeld binnen een gemeente. Reclameuitingen komen in verschillende vormen voor, zoals verlichte reclameborden aan lichtmasten of in abri’s met verlichte reclamepanelen. Reclameverlichting levert voor gemeenten opbrengsten op maar heeft ook nadelige effecten voor de ruimtelijke kwaliteit. Zo brengt reclameverlichting vaak strooilicht voort, wat lichthinder kan veroorzaken (zie volgende paragraaf). Reclameuitingen, zoals die in abri’s en plattegrondkasten, zijn op het openbare verlichtingsnetwerk aan te sluiten. De bewegwijzering van de ANWB wordt eveneens vaak gecombineerd met de openbare verlichting. 3.4.4Neveneffecten: Lichthinder en donkerte Nederland is een van de meest verlichte landen van Europa. Een herkenbare scheiding van dag en nacht is voor het nachtelijke leven van groot belang. Daarnaast dient in natuurgebieden (Natura 2000) gebieden de duisternis te worden gerespecteerd om de natuur zo min mogelijk te ontregelen. Lichthinder en duisternis zijn daarom onderwerpen die steeds actueler worden. Een recent onderzoek in opdracht van de Nederlandse Milieufederaties laat zien dat er een aanvang van een afname is gemeten. Die afname is nog maar erg gering. Het is bekend dat bij het overmatig gebruik van verlichten van de openbare ruimte neveneffecten optreden. Bekende negatieve effecten van (overmatig) verlichten zijn: Energieverspilling en dus extra CO2 uitstoot; Lichtverspilling; Verblinding en inschijnen; Verstoring van flora en fauna in de natuur(gebieden); Mogelijk aantasting gezondheid (verstoring nachtritme); Aantasting intrinsieke waarde van de duisternis. Extra onderhoudskosten Figuur 3.1: Lichtvervuiling neemt af rapport iov NMF

Rechtspraak bij dit artikel