Naar hoofdinhoud
Het uitgangspunt van het uitvoeringsplan is de theoretische benadering (op basis van het beheerbestand). De vervanging wordt zo veel als mogelijk per straat uitgevoerd en wordt bij voorkeur uitgevoerd in een gecombineerde vervanging van mast en armatuur. In Bijlage D is de prognose uitgewerkt wat de besparing zal zijn op basis van de registreerde plaatsingsdata en de daarbij behorende vervangingsdata bij het verstrijken van de economische levensduur. Het aantal masten en armaturen dat op basis van levensduur in aanmerking komt voor vervanging, binnen de periode 2020 tot en met 2024, is in onderstaande tabel weergegeven. Voor de periode na 2025 is en gemiddelde vervanging per jaar opgegeven. Vervangingen 2020 2021 2022 2023 2024 2025 ev (gem) Masten 53 184 76 68 56 149 Armaturen 288 348 298 303 292 275 Tabel 9.2: Gepland en in aanmerking voor vervanging De gekozen straten met de activiteiten zijn vervolgens in het in “Uitvoeringsplan 2020 t/m 2024” opgenomen, deze is opgenomen in Bijlage E. Onderstaande afbeelding geeft per jaar de totaal aantallen masten en armaturen weer die zijn opgenomen in het uitvoeringsplan en de prognose van de te vervangen objecten voor de volgende jaren op basis van levensduur, Na uitvoering van het groot onderhoud van 20182019 zal 28%verduurzaamd zijn. Na realisatie van het uitvoeringsplan 20202024 is 55% van alle armaturen verduurzaamd. De prognose van de verduurzaming na periode 2025 t/m 2029 is 77%. Figuur 9.1: Totaalaantallen masten en armaturen obv plan 20202024 n vervolg obv economische levensduur De verlichtingsobjecten zijn in hoofdstuk 8 Materiaal en verlichtingskeuze beschreven. Hierbij zijn de volgende vervangingskosten van toepassing : hoogte_armatuurtype Mast Armatuur Armatuur en Mast 0m t/m 4,5m_kegel 700 345 1.045 0m t/m 4,5m_koffer 700 415 1.115 0m t/m 4,5m_special 700 630 1.330 4,5m t/m 6m_kegel 870 345 1.215 4,5m t/m 6m_koffer 870 415 1.285 6m t/m 8m_koffer 1.050 480 1.530 8m t/m 10m_koffer 1.150 485 1.635 Tabel 9.3 Vervangingskosten per type object De totale investering van het uitvoeringsplan bedraagt voor de periode 2020 tot en met 2024 € 971.530 en bedraagt gemiddeld € 194.306 per jaar. De tabel hieronder geeft de benodigde investeringen weer voor de vervangingsopgave in de periode 2020 tot en met 2024 en met toepassing van de in tabel 9.3 genoemde vervangingskosten: Investeringen 2020 2021 2022 2023 2024 Totaal planperiode Masten (kosten) 51.600 154.800 66.700 60.950 39.200 373.250 Armaturen (kosten) 114.575 138.450 118.800 117.155 109.300 598.280 totaal 166.175 293.250 185.500 178.105 148.500 971.530 Tabel 9.4 Investeringen periode 2020 t/m 2024 Voor de periode van na 2025 bedragen de gemiddelde investeringen per jaar voor masten en armaturen respectievelijk € 123.811 en € 111.108. Totaal per jaar een investering van gemiddeld € 234.919. Vanaf 2017 worden investeringen voor groot onderhoud en vervangingen niet langer ten laste gebracht van een voorziening. Op grond van het vernieuwde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen dergelijke investeringen te worden geactiveerd. Dat betekent dat de kapitaallasten vanaf het jaar na de investering ten laste komen van de exploitatie. Door de jaarlijkse investering ontstaat een stapeling van kapitaallasten, waardoor de exploitatie in toenemende mate wordt belast. De toename van kapitaallasten loopt tot het moment waarop het zogenaamde ideaalcomplex is bereikt. Het ideaalcomplex is te definiëren als de situatie waarbij de totale afschrijving van een groep van vaste activa gelijk is aan de jaarlijkse vervangingswaardes van één of meer exemplaren van deze groep. Vanaf dat moment lopen de kapitaallasten niet meer op. De afschrijvingstermijn voor de masten van 40 jaar is bepalend voor het moment waarop het ideaalcomplex wordt bereikt. Dat moment wordt bereikt in 2061. Tot die tijd worden de oplopende kapitaallasten gedekt uit de Reserve herwaardering investeringen maatschappelijk nut. De reserve wordt gevoed door een jaarlijkse storting ten laste van de exploitatie. Uitgangspunt voor het bepalen van de jaarlijkse storting is dat de kapitaallasten de komende 25 jaar kunnen worden gedekt. Bij elke actualisatie van het beheerplan wordt de benodigde storting opnieuw bepaald. Met de invoering van de nieuwe regels van de BBV kan de Voorziening Openbare Verlichting worden opgeheven. Het saldo van de Voorziening van € 412.528 kan als extra storting worden toegevoegd aan de Reserve herwaardering investeringen maatschappelijk nut. In het beheerplan Openbare verlichting 20142018 was de oorspronkelijke storting in de Voorziening vastgesteld op € 128.000 per jaar. Vanwege aanbestedingsvoordelen en lagere kosten is de storting teruggebracht naar € 103.000 per jaar. Rekening houdende met de genoemde extra storting in de Reserve, de kapitaallasten vanaf 2017 en de investeringen op basis van dit beheerplan, kan de jaarlijkse storting in de Reserve herwaardering investeringen maatschappelijk nut worden vastgesteld op € 95.000.

Rechtspraak bij dit artikel