Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.3

Beheersmaatregelen

Onderdeel van Informatiebeveiligingsbeleid gemeente Lingewaard

De baseline maakt onderscheid in de volgende specifieke beheersmaatregelen: Beheersmaatregelen m.b.t. melding en registratie De medewerker dient geconstateerde of vermoede beveiligingslekken en beveiligingsincidenten direct te melden bij de functionaris informatiebeveiliging van de gemeente. Beveiligingsincidenten die worden gemeld bij de service desk, worden als zodanig geregistreerd en voorgelegd aan de security functionaris binnen het team Informatievoorziening. Voor afhandeling geldt de reguliere rapportage en escalatielijn. Afhankelijk van de ernst van een incident is er een meldplicht bij het Autoriteit Persoonsgegevens vanaf 1 januari 2016. 28 De WBP is hierop aangepast en wordt per 1-1-2016 van krachy. Per 25 mei 2018 geldt hiervoor de Europese verordening AVG. Ernstige incidenten, waarbij een alarmfase (zie onder) in werking treedt, worden opgenomen in de kwartaalrapportage van de CISO. Beheersmaatregelen m.b.t. alarmering Bij grote beveiligingsincidenten wordt gehandeld en opgeschaald volgens de GRIP structuur. Alarm fase Kenmerk Impact Opschaling Bijzonderheden 1 Lokaal incident bij één afdeling. Oplosbaar probleem: bronbestrijding. In beginsel niet. Probleem wordt opgelost door het team Informatievoorziening. Melding aan de CISO 2 Incident bij meer dan één organisatie onderdeel Nog steeds een geïsoleerd probleem: bron - + effectbestrijding. In beginsel niet. Probleem wordt opgelost door het team Informatievoorziening. Melding aan de CISO. Melding bij IBD indien nodig. Interne communicatie is optioneel. 3 Concernbreed incident (en mogelijk andere organisaties) Impact op dienstverlening wordt echt ervaren. Kernteam komt bij elkaar. Afhankelijk van het incident (impact) wordt geëscaleerd. Bestuur, CIO en management worden geïnformeerd. Melding aan de CISO. Melding bij IBD (indien nodig) afdeling Interne (en externe) communicatie is vereist. 4 Incident is concern overstijgend (landelijk) Impact op dienstverlening is manifest. Mogelijk treedt de GRIP structuur in werking (GRIP Rijk). Het kernteam is dan in beginsel adviserend en voert desgewenst coördinatie (binnen het ICT domein). Er is sprake van landelijke opschaling via de technische lijn (IBD à NCSC) of via de maatschappelijke lijn (Nationaal Crisis Centrum). Beheersmaatregelen m.b.t. de opschaling conform de GRIP-structuur Opschaling is cruciaal bij een ramp of crisis. De zogeheten GRIP-structuur speelt daarbij een belangrijke rol. Opschaling vindt plaats op basis van de ernst en omvang van de gebeurtenis. Bij opschaling kunnen de verantwoordelijkheden en bevoegdheden wijzigen. Feitelijk richt de procedure zich op het zoeken naar het meest geschikte afstemmingsniveau. Bij dagelijkse incidenten handelen de diensten zelf de zaken af. In sommige gevallen vinden één of meer partijen het handig en verstandig ter plaatse afstemming te organiseren en te formaliseren. Dat noemen we GRIP-1: een situatie waarvoor een Commando Plaats Incident (CoPI) wordt ingericht. Als de situatie wat omvangrijker is en er buiten de plaats van het incident ook maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld ten aanzien van de afvoer van gewonden of een dreigende rookwolk), kan worden opgeschaald naar GRIP-2. Naast het CoPI wordt dan een operationeel team gevormd; meestal op regionaal niveau onder de noemer ROT (Regionaal Operationeel Team). Dit team biedt ondersteuning aan het CoPI. Situaties waarbij er sprake is van (dreigende) maatschappelijke onrust, komen in aanmerking voor GRIP-3. In deze situaties komt de burgemeester in beeld. Hij of zij laat zich ondersteunen door een gemeentelijk beleidsteam (GBT) met vertegenwoordigers van de belangrijkste betrokken organisaties. Omdat niet elke ramp of crisis zich aan de gemeentegrenzen houdt, is er ook nog een GRIP-4. Dan gaat het om situaties waarin de ramp of crisis de grenzen van een gemeente overstijgt (of als de betreffende gemeente de situatie niet alleen aankan). In zo’n situatie, zo is in de wet bepaald, krijgt de voorzitter van de veiligheidsregio de leiding en wordt er een regionaal beleidsteam (RBT) gevormd. Wanneer bij een incident of de vrees daarvoor meerdere veiligheidsregio’s betrokken zijn, kunnen de voorzitters van deze veiligheidsregio’s in gezamenlijkheid opschalen naar GRIP 5. De bronregio neemt in principe de coördinerende rol op zich. De voorzitter van de bronregio neemt niet de bevoegdheden van de overige betrokken voorzitters veiligheidsregio over. Wanneer de nationale veiligheid in het geding is en er behoefte is aan sturing door het Rijk kan de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) GRIP Rijk afkondigen. GRIP Rijk kan van kracht zijn in combinatie met GRIP 1 t/m 5 of zonder dat er sprake is van opschaling in de veiligheidsregio.

Rechtspraak bij dit artikel