Toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en strategisch grondbezit
Indien de gemeente verwacht dat zij in verband met toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen belang heeft bij het in eigendom hebben van bepaalde percelen, dan worden deze percelen niet verkocht. Dergelijke percelen worden dan als strategisch grondbezit van de gemeente aangemerkt.
Voorkomen van versnippering
Verkoop mag niet ten koste gaan van het efficiënt beheren en onderhouden van groen. Het eventueel resterende openbaar groen dient in verband hiermee een bepaalde minimale breedte en omvang te behouden, afhankelijk van de specifieke onderhoudssituatie.
Verkoop mag niet leiden tot een onlogische indeling van het openbaar groen, bijvoorbeeld bij gedeeltelijke versmalling van het openbaar groen. Ook kan door verkoop van groenstroken vertanding’ optreden en kan besloten worden om alleen tot verkoop over te gaan als ook de buren een soortgelijk deel van een groenstrook aankopen.
Behoud van waterhuishoudkundige functie
Verkoop van (delen van) watergangen vindt niet plaats als de waterhuishoudkundige functie hierdoor wordt aangetast en/of het onderhoud hierdoor wordt belemmerd.
Kabels en leidingen
Voorafgaand aan de verkoop, onderzoekt de gemeente of er kabels en/of leidingen aanwezig zijn. Indien er kabels en leidingen aanwezig zijn, wordt alleen tot verkoop overgegaan, als de nutsbedrijven en/of de gemeente geen bezwaren hebben tegen:
het omleggen van de kabels en/of leidingen (de kosten van het omleggen zijn altijd voor rekening van de koper); of
het vestigen van een zakelijk recht ten behoeve van de kabels en of leidingen. Hiermee wordt verzekerd dat het eigendom van de kabels en leidingen bij de nutsbedrijven en of de gemeente blijft en is de instandhouding (onderhoud en vervanging) gewaarborgd.
Bij de aanwezigheid van kabels en leidingen wordt aan nutsbedrijven (en intern bij de gemeente) de vraag voorgelegd of er verkocht kan worden en zo ja, onder welke voorwaarden (bepalingen zakelijk recht). In principe wordt een perceel waarin een vrijvervalriool of een rioolput ligt niet verkocht in verband met het onderhoud.
Groenstructuur
Indien het restgroen deel uit maakt van de (hoofd)groenstructuur of aangemerkt is als beeldbepalend groen of monumentale bomen bevat, komt het restgroen veelal niet voor verkoop in aanmerking. Daarnaast kan de verkoop van restgroen bijvoorbeeld ongewenst zijn indien dit verdere ‘verstening’ van de omgeving tot gevolg heeft.
Verkeerssituatie
In relatie tot de verkeerssituatie geldt het volgende voor de verkoop van restgroen:
Verkeersverbindingen: openbare grond wordt niet verkocht als dit ten koste gaat van infrastructuur die aangelegd is ten behoeve van voertuigen en/of voetgangers;
Verkeersveiligheid: openbare grond wordt niet verkocht als hierdoor de verkeersveiligheid in gevaar komt of kan komen;
Parkeren: in die situaties dat er sprake is van een hoge parkeerdruk wordt openbaar groen niet verkocht als de ruimte aangewend kan worden voor het realiseren van parkeerplaatsen.
Bodem en grondwater
De kwaliteit van de bodem en/of het grondwater kan aanleiding geven om niet te verkopen dan wel te verkopen onder voorwaarden (bijvoorbeeld met aanvullende afspraken over sanering).
Nieuwbouwwijken
Bij de realisatie van nieuwbouwwijken zijn de groenstructuren betrokken in de stedenbouwkundige visie. Per definitie zal bij jonge woonwijken dan ook geen sprake zijn van restgroen. In de wijk De Plantage in Meteren wordt dan ook geen restgroen verkocht.
Klimaatadaptatie
In toenemende mate hebben te maken met klimaatverandering. Het wordt warmer er zijn meer en grotere regenbuien naast langere periodes van droogte. De relevante bijdrage die percelen in het openbaar groen kunnen vervullen in de klimaatadaptatie, wordt meegenomen in het afwegingsproces of restgroen kan worden verkocht. Als de bijdrage van het groen in de opvang van wateroverlast en/of het beperken van droogte en hitte van belang is, kan besloten worden om niet tot verkoop van restgroen over te gaan.