Naar hoofdinhoud
1.. Een persoon komt in aanmerking voor de tegemoetkoming wanneer het (gezamenlijk) inkomen in 2021 niet meer dan 130% van het sociaal minimum bedraagt. 2.. Een persoon komt in aanmerking voor de tegemoetkoming wanneer het (gezamenlijk) inkomen vanaf 2022 niet meer dan 120% van het sociaal minimum bedraagt. 3.. Met gezamenlijk inkomen wordt bedoeld het inkomen van de aanvrager en eventuele partner waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd zoals beschreven in artikel 3 van de Participatiewet. 4.. Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen gedurende een periode van drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag. 5.. Bij de beoordeling of iemand in aanmerking komt voor een tegemoetkoming wordt er geen rekening gehouden met vermogen in het jaar 2021. 6.. Vanaf het jaar 2022 wordt bij de beoordeling of iemand in aanmerking komt voor een tegemoetkoming het vermogen in overeenstemming met artikel 34 van de Participatiewet buiten beschouwing gelaten. Wanneer iemand vermogen heeft boven de vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet bestaat er vanaf 2022 geen recht op een tegemoetkoming.

Rechtspraak bij dit artikel