**1).** Het college verstrekt in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet een pgb indien:
de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is.
**2).** De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura.
**3).** Voor pgb gelden twee tarieven:
een tarief voor de professionele dienstverlener; en
een tarief voor particuliere inzet.
**4).** Het pgb-tarief voor de professionele dienstverlener is gebaseerd op de door de jeugdige of de ouders aangegeven werkelijke kosten maar bedraagt ten hoogste de kostprijs die het college aan de aanbieder betaalt voor de in de betreffende situatie goedkoopst passende, in de gemeente beschikbare voorziening in natura.
**5).** Indien het pgb ingevolge lid 3 is gebaseerd op de kostprijs zorg in natura, vindt nadien indexering plaats van het toegekende budget gelijk aan een eventuele indexering van het tarief zorg in natura. Voor een toegekend pgb korter of gelijk aan 12 maanden vindt evenwel geen indexering plaats.
**6).** Het pgb-tarief voor particuliere inzet is gebaseerd op de door de jeugdige of de ouders aangegeven werkelijke kosten maar bedraagt ten hoogste per uur: 125% van de Wet minimumloon voor 23 jaar en ouder inclusief vakantiegeld/-uren op basis van een 36-urige werkweek, waarbij heeft te gelden dat in geval van een individuele voorziening die wordt toegekend in dagdelen een dagdeel geldt als een uur.
**7).** Eenmaal per jaar, per 1 januari, vindt aanpassing (indexatie) plaats van het in lid 5 genoemde bedrag. De aanpassing per 1 januari is gelijk aan 125% van het wettelijk minimumloon zoals dat gold per 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar.
**8).** In afwijking van hetgeen bepaald in lid 5, is het pgb-tarief voor de voorziening logeren bij particuliere inzet gebaseerd op de door de jeugdige of de ouders aangegeven werkelijke kosten maar bedraagt per 1 januari 2019 maximaal Euro 33,00 per etmaal. Eenmaal per jaar, per 1 januari, vindt aanpassing (indexatie) plaats van dit tarief. De aanpassing is gelijk aan het percentage waarmee jaarlijks het tarief particuliere inzet zoals genoemd in lid 5 wordt opgehoogd.
**9).** Pgb-tarief voor vervoerskosten is gebaseerd op de door de jeugdige of de ouders aangegeven werkelijke kosten maar bedraagt ten hoogste de kostprijs die het college aan de aanbieder betaalt voor de in de betreffende situatie goedkoopst passende, in de gemeente beschikbare voorziening in natura. In navolging van hetgeen gesteld in lid 4 vindt geen indexering plaats voor een toegekend pgb korter of gelijk aan 12 maanden.
**10).** De jeugdige en / of zijn ouder (s) dienen te voldoen aan de voorwaarden als vermeld in artikel 8.1.1 van de wet. Tevens is er geen recht op een persoonsgebonden budget indien de jeugdige of zijn ouders zich niet eerder heeft gehouden aan, bij eerdere verstrekking van een pgb, opgelegde verplichtingen;
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Regels voor het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Geldrop-Mierlo 2020