Er zijn vier verschillende toegangspoorten naar jeugdhulp:
het CMD en PT; zie de omschrijving hieronder;
huisarts, medisch specialist of jeugdarts; zij mogen doorverwijzen naar alle vormen van jeugdhulp.
het justitiële kader; wanneer de rechter een maatregel oplegt, is de gemeente verplicht om de zorg die nodig is, in te zetten.
Veilig thuis; bij vermoedens van kindermishandeling zetten zij een casus door naar de Raad voor de Kinderbescherming. Als ze andere problemen signaleren, verwijzen ze door naar het CMD, van daaruit wordt bezien of het CMD de casus zelf kan oppakken of dat het Plusteam wordt ingezet.
In geval van spoed, crisis en dwang wordt direct een tijdelijke voorziening geregeld. De beschikking volgt achteraf.
Wanneer het gaat om de toegang via het college, zie hiervoor de verordening artikel 3 lid 3, dan heeft het de voorkeur om de procedure naar analogie van de Wmo te volgen. Deze systematiek kent een melding en aanvraag van respectievelijk 6 weken en 2 weken. De gezamenlijke procedure duurt derhalve maximaal 8 weken en dit is conform de Algemene wet bestuursrecht. Alhoewel ‘melding’ geen begrip is in de Jeugdwet, en louter in de Wmo, wordt de procedure volgend op een hulpvraag in het kader van de Jeugdwet uitgevoerd als ware het een ‘melding’. Daar waar wij in het kader van de Jeugdwet het woord ‘melding’ hanteren doelen wij op de procedure volgend op de hulpvraag.
Tijdens de periode van melding wordt uitvoering gegeven aan:
De registratie van de hulpvraag als bedoeld in artikel 3 lid 3 van de verordening;
Het vooronderzoek als bedoeld in artikel 4 van de verordening;
Het gesprek als bedoeld in artikel 5 van de verordening;
Het gespreksverslag en ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 6 van de verordening.
Bij de melding kan de jeugdige en / of diens ouders een familiegroepsplan indienen. Dit plan is uitgangspunt voor de activiteiten door het CMD of het PlusTeam gedurende het onderzoek naar aanleiding van de hulpvraag.
Wanneer alle werkzaamheden tijdens de melding zijn uitgevoerd dan leidt dit tot een ondersteuningsplan, zoals omschreven in onderdeel 5.2 van de beleidsregels.
Overeenkomstig de verordening kan het college in overleg afzien van het vooronderzoek (artikel 4 lid 3 van de verordening ) en / of het gesprek (artikel 5 lid 3 van de verordening ).
Vooropgesteld, het college betracht terughoudend bij het afzien van het vooronderzoek en het gesprek. Dit reden hiertoe is dat gelet op verantwoordelijkheid van het college en de noodzakelijke zorgvuldigheid tijdens de melding het nodig maakt dat zowel het vooronderzoek en het gesprek uitgevoerd wordt. Slechts in die situatie
waarin er geen nieuwe informatie met betrekking tot het afwegingskader beschikbaar is gekomen;
de te behalen resultaten nog steeds actueel zijn;
de eerder afgegeven beschikking niet ouder is dan vier maanden
kan in overleg worden afgezien van het vooronderzoek en / of het gesprek. Concreet is het effect hiervan dat van een vooronderzoek niet afgezien zal worden, omdat hierin bovenstaande afweging gemaakt wordt.
Voor alle duidelijkheid wordt hier nog vermeld dat het afzien van een vooronderzoek en / of het gesprek nadrukkelijk niet hetzelfde is als de spoedeisende hulp als bedoeld in artikel 3 lid 3 onder a van de verordening.
Zoals hierboven beschreven heeft het de voorkeur van het college om de procedure naar analogie van de Wmo te volgen. Bij de Wmo is evenwel bepaald dat een melder geen aanvraag op grond van de Wmo kan indienen binnen zes weken na indiening van de melding. In de Jeugdwet is een dergelijke bepaling achterwege gelaten en als gevolg hiervan kan de jeugdige en / of de ouders ook meteen een aanvraag indienen conform hetgeen in geregeld in de Awb. Dit geeft een formele rechtsbescherming.
Het is belangrijk hierover goed te communiceren met degene die de hulpvraag doet en bij toepassing van de systematiek van melding en aanvraag conform de Wmo toch een feitelijke rechtsbescherming te bieden op grond van de Jeugdwet.