Bij een joint venture wordt een Grondexploitatie Maatschappij – (GEM) opgericht. Dit is een gezamenlijke onderneming waarbij de gemeente en de private partijen gezamenlijk de grondexploitatie voeren. Zowel de marktpartijen als de gemeente bezitten gronden in het plangebied. De gemeente heeft als grondeigenaar economische belangen bij de ontwikkeling.
De GEM neemt voor zijn rekening en risico het bouw- en woonrijp maken van de gronden op zich. Dit houdt in dat alle partijen enkel voor het eigen ingebrachte vermogen verantwoordelijk zijn. Na het bouw- en woonrijp maken worden de kavels uitgegeven aan de gemeente en de marktpartijen. De openbare ruimte gaat naar de gemeente. De risico’s en de opbrengsten van de ontwikkeling liggen bij de grondexploitatiemaatschappij (GEM). Het voordeel is een slagvaardige organisatie op afstand die op tijd en geld stuurt.
De voordelen van een joint venture zijn risicodeling, inbreng van kennis en marktvisie. Nadelen van deze constructie zijn de administratieve regels, de kosten bij het oprichten van een vennootschap en de verminderde betrokkenheid van de gemeenteraad tijdens de uitvoering van het project. De uitvoering van de vastgestelde plannen is de verantwoordelijkheid van het college. De verantwoording van de voortgang vindt plaats via jaarverslagen en via de paragraaf grondbeleid van de gemeentelijke jaarrekening.
Bij een joint venture kan spanning ontstaan tussen de afspraken die bij contractvorming zijn gemaakt en de voortschrijdende inzichten van de gemeenteraad. Door de lange looptijd van het plan is de gemeente gebonden aan contractvorming uit het verleden. Dit kan de gemeenteraad het gevoel geven dat haar invloed beperkt is.
Nieuw-Veenlanden was een voorbeeld van een Jointventure. Het betrof een samenwerking tussen de gemeente Borger-Odoorn, de gemeente Stadskanaal en De Monden BV. Inmiddels is deze Jointventure opgeheven.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Joint Venture
Onderdeel van Nota grondbeleid 2021-2024 “Grondbeleid in Transitie”