De gemeente loopt bij het uitvoeren van het grondbedrijf door de lange looptijden en aard van de projecten diverse financiële risico’s. Deze risico’s kunnen ontstaan door wijzigingen in parameters die ten grondslag liggen aan de financiële ramingen zoals rentestand, inflatie en fasering, maar ook door wijzigingen in de afzetmarkt (o.a. wet- en regelgeving).
De voorzieningen binnen het grondbedrijf dienen voor de dekking van geprognotiseerde verliezen van de Bouwgrond in Exploitatie (BIE). De voorziening dient voldoende middelen te bevatten om het gehele verlies te kunnen afdekken. Voor iedere grondexploitatie met een geprognosticeerd verlies wordt een afzonderlijke voorziening ingesteld. Jaarlijks per 31-12, wordt op basis van de geactualiseerde grondexploitaties de noodzakelijke hoogte van de voorzieningen bepaald en indien nodig wordt de voorziening op grond hiervan verhoogd of verlaagd.
Daarnaast kunnen risico’s voortkomen uit meer projectgebonden aspecten, zoals risico’s die samenhangen met bodemkwaliteit, archeologische vondsten en hogere verwervingskosten.
De verwachte verliezen moeten volgens de BBV direct genomen. Hiervoor wordt binnen het grondbedrijf een voorziening opgebouwd per verliesgevende grondexploitatie. De hoogte van de voorziening is gelijk aan het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie per 31-12 van het betreffende boekjaar (eindwaarde).
Om deze risico’s af te dekken worden, conform de richtlijnen van het BBV, reserves en voorzieningen opgebouwd. Binnen de gemeente Borger-Odoorn zijn voor gronden de volgende reserves en voorzieningen opgebouwd:
Bufferreserve gronden;
Voorzieningen voor verwachte verliezen Bouwgrond in Exploitatie (BIE);
Hoofdstuk 9
Artikel 9.6
Voorzieningen verwachte verliezen (BIE)
Onderdeel van Nota grondbeleid 2021-2024 “Grondbeleid in Transitie”