Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening Gemeente Tilburg 2021

In deze afdeling wordt verstaan onder: bebouwde kom: bebouwde kom vastgesteld in het kader van artikel 4.1 aanhef onder a Wet natuurbescherming. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). bijdrageregeling: gemeentelijk fonds voor ondersteuning particuliere eigenaren voor controle en duurzaam onderhoud houtopstanden die staan op GLMB en voor groeiplaatsverbetering bomen in Ecowaarde, Klimaatwaarde en Hoofdwaarde. bomeneffect-analyse (BEA): een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand op basis van het handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. boom: een houtig opgaand overblijvend levend of dood gewas met een stamomtrek van minimaal 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld. Voor bomen in artikel 12 geldt geen minimale stamomtrek. boomdeskundige: deskundige met een door erkend instituut afgegeven certificaat European Tree Technician of deskundige met aantoonbare en vergelijkbare kennis van houtopstanden en boomveiligheid. boomwaardezone: aangewezen gebieden op Boomwaardezoneringskaart onderverdeeld in Ecowaarde, Klimaatwaarde, Hoofdwaarde, Nevenwaarde en Basiswaarde. boomwaarde-zoneringskaart: topografische overzichtstekening “Boomwaardezoneringskaart Tilburg” met daarop aangegeven zones met boomwaarden van houtopstanden. buiten-zone: gebieden waarvoor op de Boomwaardezoneringskaart geen boomwaarden zijn aangegeven. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg. compensatieregeling: gemeentelijk fonds voor herplant houtopstanden en aanleg groeiplaatsen. dunning: kappen dat uitsluitend is bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van na dunning overblijvende houtopstand. dunningsplan: plan waarin reden, uitvoer en gevolg dunning nader is omschreven. eigenaar-bewoner: een natuurlijk persoon, die de eigendom van een pand heeft en die blijkens de gemeentelijke basisadministratie in dat pand woonachtig is. erf/tuin: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. GLMB: Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen. haag: lijnvormige aanplant met een minimale breedte van 0,75 m, die een afscheiding of omheining vormt en die hoofdzakelijk bestaat uit inheemse heesters en boomvormers. hakhout: één of meer houtopstanden, vanuit landschappelijk of cultuurhistorisch oogpunt aangeplant als hakhout, die na periodiek terugkerende snoei, opnieuw op de stronk uitlopen. herplant: het opnieuw (elders) planten van een te verplanten houtopstand en/of het vervangen van een gevelde houtopstand door nieuwe op grond van een voorschrift als van artikel 10 of als herstelsanctie van artikel 11. houtopstand: overblijvend levend of dood houtig gewas van één of meer bomen, hakhout, lintbegroeiing of het betreffen houtachtigen die zijn aangeplant in het kader van herplantplicht. houtsingel: lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters en boomvormers, met een minimale breedte van 0,75 m. houtwal: lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters en boomvormers staande op een aarden wal, met een minimale breedte van 0,75 m. huurder-bewoner: een natuurlijk persoon, die een huurovereenkomst van de eigenaar van het pand heeft en die blijkens de gemeentelijke basisadministratie in dat pand woonachtig is. inboet: het opnieuw inplanten van houtopstanden, binnen 2 jaar na aanplant van op die plaats weggevallen of wegkwijnende houtopstand. kandelaberen: het tot op de hoofdtakken snoeien van de houtopstand. kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand. knotten: het afzagen van de kroon van de houtopstand. kweekgoed: houtopstanden, gekweekt door rechtspersoon en bedoeld voor verkoop. lintbegroeiing: buiten de bebouwde kom staande grotere begroeiing die een haag, houtwal of houtsingel vormen met een minimale breedte van 0,75 m en minimale lengte van 7,5 m. monumentale boom: solitair of in groepsverband staande houtopstand, die staat vermeld op de GLMB. oppervlakte tuin: de bij elkaar opgetelde oppervlakten van voor-, zij- en achtertuin behorende bij een woning. reconstructieplan: een stedenbouwkundig herinrichtingsplan, reconstructieplan of rioolvervangingsplan of vergelijkbaar plan. regulier periodiek onderhoud: het in het kader van noodzakelijk periodiek terugkerend onderhoud tot behoud van de houtopstand. rooien: het geheel verwijderen van het bovengrondse en ondergrondse deel van de houtopstand. vellen: a. betreft vellen, doen vellen of laten vellen. Dit is rooien, kappen, verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van voor de eerste keer kandelaberen of knotten; b. betreft het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. zelfstandige eenheid: houtopstanden die in ruimtelijke zin een aaneengesloten geheel vormen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel