**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag - onverminderd het gestelde in artikel 3 - houtopstanden als bedoeld in het tweede lid tot en met het vijfde lid te vellen.
**2..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt eveneens voor herplant op grond van artikel 10 of 11, ongeacht hun standplaats of stamomtrek.
**3..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voor bomen met een minimale stamomtrek van 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld in Basiswaarde-,Nevenwaarde-, Buiten-zone op:
percelen groter dan 500 m2;
aan elkaar liggende percelen van eenzelfde eigenaar, tezamen groter dan 500 m2;
verspreid liggende percelen die dienen voor dezelfde ruimtelijke ontwikkeling die groter zijn dan 500 m2.
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder voor bomen met een minimale stamomtrek van 65 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld in Basiswaarde-, Nevenwaarde-, Buitenzone op percelen kleiner dan 500 m2, mits zij niet vallen onder het derde lid onder b of c.
**5..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voor hakhout en lintbegroeiing.
**6..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
alle houtopstanden in een tuin van een eigenaar-bewoner of huurder-bewoner, mits de oppervlakte van de tuin kleiner is dan 100 m2;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag;
regulier periodiek onderhoud bij:
hakhout: het snoeien;
vormbomen: het scheren, knotten of kandelaberen;
houtwal, houtsingel: het tot maximaal 40 procent volumevermindering van de zelfstandige eenheid door op bosbouwkundig verantwoorde wijze snoeien, scheren of kappen van houtopstanden die een stamomtrek kleiner dan 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld hebben;
hagen: het snoeien en scheren;
noodzakelijk inboeten van houtopstanden.
**7..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tevens niet voor:
fruitbomen en windschermen om boomgaarden, uitgezonderd hoogstambomen;
fijnsparren, niet ouder dan 20 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen;
kweekgoed;
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij:
ten minste eens per 10 jaar worden geoogst en;
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 m, en;
zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Buiten-zone: houtopstanden buiten de bebouwde kom, staand buiten erven of tuinen mits in een zelfstandige eenheid van:
meer dan 10 are of;
rijbeplanting van meer dan 20 bomen gerekend over het totaal aantal rijen.
**8..** Het bevoegd gezag kan indien een houtopstand direct gevaar oplevert die noodvelling noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.