Bij woningen spelen bijzondere belangen die niet aan de orde zijn bij lokalen. Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet op een woning kan voor de bewoners namelijk mogelijk ingrijpende gevolgen hebben, die een inmenging kunnen vormen in het in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Zeker als sprake is van verblijf van minderjarige(n) in de woning en bij psychisch kwetsbare personen. Sluiting van een woning betekent voor minderjarige(n) het verlies van de vertrouwde woonomgeving, maar opgroeien in een drugspand is ook gevaarlijk voor opvoeding en ontwikkeling. Deze belangen worden per geval tegen elkaar afgewogen. Nadrukkelijk zal in deze gevallen worden overwogen of kan worden volstaan met een waarschuwing. Een kind zal binnen de gemeente Westervoort nooit op straat komen te staan zonder dat, wanneer de ouders dat niet zouden kunnen realiseren, opvang geregeld wordt voor het kind. Gelet op het tweede lid van artikel 8 van het EVRM zijn inmengingen van enig openbaar gezag in de uitoefening van het in het eerste lid van artikel 8 van het EVRM neergelegde recht toegestaan, voor zover deze bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor, onder meer, het voorkomen van strafbare feiten of het beschermen van de rechten van anderen. De bevoegdheid van de burgemeester tot het gelasten van de sluiting van de woning is neergelegd in artikel 13b van de Opiumwet en derhalve bij de wet voorzien. Dit ter bescherming van de rechten van anderen en in het verlengde daarvan het voorkomen van strafbare feiten. Artikel 10 en artikel 12 van de Grondwet stellen vergelijkbare eisen als 8 van het EVRM. Een inperking van deze grondrechten is alleen mogelijk als dit bij of krachtens de wet (lees onder andere artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet) is voorzien.
Sluiting van een bewoonde woning betekent wel een vergaand ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer (artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM) en op het huisrecht van de betrokkenen (artikel 12 Grondwet). Hieraan komt zwaar gewicht toe bij de beoordeling van de vraag of de burgemeester van zijn bevoegdheid gebruik kan maken en zo ja, op welke wijze. 16 ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2362. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b van de Opiumwet volgt dat in algemene zin bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van de woning dient te worden overgegaan en moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel. Dit moet echter worden beschouwd als een uitgangspunt waarvan in ernstige gevallen mag worden afgeweken. 17 Kamerstukken II, 2005/06, 30 515, nr. 3, blz. 8 en Kamerstukken II, 2006/07, 30 515, nr. 6, blz. 1 en 2.
Onderscheid bewoonde en niet-bewoonde woningen
Voor lokalen geldt dit uitgangspunt van eerst waarschuwen niet. Ook als een woning niet feitelijk voor bewoning wordt gebruikt, geldt het bovenstaande niet. Daarom wordt in dit Damoclesbeleid ook onderscheid gemaakt tussen bewoonde en niet-bewoonde woningen. Voor niet-bewoonde woningen gelden dezelfde uitgangspunten als lokalen. De vraag of een woning daadwerkelijk als woning in gebruik is, wordt per geval beoordeeld aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden.
Sociale verhuur
Voor sociale verhuur geldt een uitzondering ten aanzien van een eerste overtreding van de Opiumwet in een woning of op een daarbij behorend erf. De burgemeester heeft beleidsruimte bij het bepalen in welke gevallen hij overgaat tot oplegging van een last onder bestuursdwang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in één van haar uitspraken dat de burgemeester een zwaarder gewicht mag toekennen aan het belang bij de volkshuisvesting in relatie tot het belang(en) om tot sluiting van een woning over te gaan. 18 ABRvS 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1147. In deze uitspraak geeft de Afdeling ook aan dat betekenis mag worden toegekend aan de wettelijke waarborgen die gelden voor woningcorporaties en het transparante toewijzingsbeleid. Anders dan particuliere verhuurders mogen deze corporaties niet elke willekeurig persoon huisvesten. Aannemelijk is dat lange wachttijden bestaan en dat steeds meer mensen een urgent woonprobleem hebben, waardoor het belangrijk is dat woningen weer snel vrijkomen om de doorstroom in de sociale huursector te kunnen bevorderen en de specifieke doelgroepen te kunnen huisvesten. Particuliere verhuurders hebben niet een dergelijke plicht en zijn ook in die zin dus niet gelijk te stellen met een woningcorporatie. Aannemelijk is verder dat particuliere verhuurders doorgaans een voorkeur hebben voor andere doelgroepen en dat zij ook op een andere manier tot verdeling van woonruimte zullen overgaan, omdat zij doorgaans een commercieel motief zullen hebben.
Als een woningcorporatie (sociale verhuurder, tevens partner in het Hennepconvenant) aantoont dat zij specifieke maatregelen treft, vindt in beginsel bij een eerste overtreding van de Opiumwet geen sluiting plaats. Voorwaarde is wel dat de met deze beleidsregels te dienen doelen (zie hoofdstuk 1.1 van deze beleidsregels) via de specifieke maatregelen van de woningcorporatie zijn verwezenlijkt.
Bij een volgende overtreding van de Opiumwet in dezelfde woning geldt deze uitzondering niet.
De burgemeester volstaat, bij een eerste overtreding van de Opiumwet in een woning of op een daarbij behorend erf van een woningcorporatie, met een bestuurlijke waarschuwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
de verhuurder aannemelijk maakt dat hij voldoende maatregelen heeft getroffen om een overtreding van artikel 2 of 3 van de Opiumwet te voorkomen; en
de verhuurder overgaat tot ontbinding van de huurovereenkomst met de huurder.
Hierop geldt wel een uitzondering als de burgemeester aantoont dat er nog concrete omstandigheden aanwezig zijn (bijvoorbeeld verstoring van de openbare orde), waardoor de herstelsanctie als bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet alsnog wordt ingezet.
In de praktijk blijkt dat de woningcorporatie in de gemeente Westervoort een zero tolerance-beleid toepast ten aanzien van overtredingen van de Opiumwet.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Bijzondere belangen bij woningen
Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Westervoort