Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

Artikel 1.1

Onderdeel van Gedragscode voor de raads- en commissieleden van de gemeente Bergen (L) 2021

Een raadslid moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling, en ook de schijn daarvan, tegengaan. Toelichting: De wetgever biedt raadsleden op een aantal manieren bescherming tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan. De wetgever geeft ten eerste aan dat de gemeenteraad als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen (Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4; Gemeentewet artikel 14). De wetgever geeft de gemeenteraad de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van raadsleden de besluitvorming niet beïnvloeden (Gemeentewet artikel 27). Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de gemeenteraad uit hoofde van zijn taak behoort te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alleen om ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Raadsleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming niet beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van politici zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. De wetgever verbiedt raadsleden expliciet te stemmen als er sprake is van een aangelegenheid waarbij een raadslid een persoonlijk belang heeft (Gemeentewet artikel 28). De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een raadslid meestemt als er sprake is van belangenverstrengeling. In een aantal gevallen vindt de wetgever dat die bescherming door het verbod te stemmen niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever raadsleden expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren (Gemeentewet artikel 13 en 15). In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. De wetgever eist van raadsleden dat zij alle functies openbaar maken die zij vervullen naast het raadslidmaatschap (Gemeentewet artikel 12). Op die manier wordt het voor andere raadsleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een raadslid te waarschuwen voor de kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en anderen kunnen op basis daarvan hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat raadsleden al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zaken doen met de gemeente. Naar analogie van de Wet financiering politieke partijen dragen partijen zorg voor een openbaar giftenreglement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel