Naar hoofdinhoud
De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen: de raad, de wethouders en de burgemeester (Gemeentewet artikel 15 lid 3, 41c lid 2, 69 lid 2). Toelichting: Naast het vaststellen van een gedragscode met daarin heldere gedragsregels is het van groot belang dat er op wordt toegezien dat de gedragscode ook daadwerkelijk wordt nageleefd. In de gedragscode zijn immers de regels opgenomen voor politici die zijn gebaseerd op de wet. Ze leggen de voorwaarden vast waaraan het handelen van politici minimaal moet voldoen. Als politici zich niet aan deze regels houden, komen zij daarmee als het ware onder het morele minimum dat zij met elkaar hebben afgesproken. Het toezien op de naleving van de gedragscode is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor de burgemeester (Gemeentewet artikel 170 lid 2) als voorzitter van het college en de raad, voor de commissievoorzitters, het presidium, de raadscommissies, de fractievoorzitters, de gemeentesecretaris en de griffier en voor de partij- en afdelingsbesturen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel