Een wethouder moet actief en uit zichzelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegengaan.
Toelichting:
De wetgever biedt wethouders op een aantal manieren bescherming tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan.
De wetgever geeft ten eerste aan dat het college van B&W als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen (Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4). De wetgever geeft het college van B&W de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van wethouders de besluitvorming beïnvloeden (Gemeentewet artikel 58). Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de wethouders uit hoofde van hun taak behoren te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling.
Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alleen om – zoals vaak door politici gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Wethouders moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van het college als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming.
Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van politici zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen.
De wetgever verbiedt de wethouders expliciet bepaalde functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren (Gemeentewet artikel 36b, 41c lid 1). In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen.
De wetgever eist van wethouders dat zij al hun functies, en - als de wethouder de functie als wethouder niet in deeltijd bekleedt - de inkomsten uit die functies, bekend maken (Gemeentewet artikel 41b). Op die manier wordt het voor raadsleden, de burgemeester, collega wethouders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een wethouder te waarschuwen voor de kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen op basis daarvan hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook expliciet vastgeleg dat wethouders al hun financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zaken doen met de gemeente.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1
Artikel 1.1
Onderdeel van Gedragscode voor wethouders van de gemeente Bergen (L) 2021