Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Voorwaarden grafbedekking en gedenkteken

Onderdeel van Nadere regels en voorschriften gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug 2021

1.. Voor gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen, verduurzaamde houtsoorten en gehard glas met een minimale dikte van 2 cm. 2.. De lengte en de breedte van de gedenktekens mogen die van het graf niet overschrijden, ook niet op enige hoogte boven het maaiveld. 3.. Voor het plaatsen van gedenktekens gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: voor particuliere graven, liggende gedenktekens maximaal 200 x 100 centimeter (l x b) en staande gedenktekens 80 x 100 centimeter (b x h), met uitzondering van natuurgraven waar slechts een boomschijf met een diameter van 35 centimeter is toegestaan; voor particuliere urnengraven een liggende tegel van maximaal 60 x 60 centimeter, met uitzondering van urnengraven op de begraafplaats Driebergen-Rijsenburg met maximale afmetingen van 50 x 60 centimeter en urnen-natuurgraven waar slechts een boomschijf met een diameter van 35 centimeter is toegestaan; voor urnengraven geen staande gedenktekens, met uitzondering van de begraafplaatsen in Doorn en Leersum, waar een maximale hoogte geldt van 50 centimeter; voor algemene graven in Doorn, Leersum en Amerongen uitsluitend twee liggende gedenktekens onder elkaar met een afmeting van 60 centimeter breed en 50 centimeter hoog, met een tussenruimte van 15 centimeter; voor urnenplaatsen en particuliere gedenkplaatsen maximaal 60 x 60 x 120 centimeter (l x b x h); voor kindergraven voor kinderen van 0 tot 12 jaar uitsluitend liggende gedenktekens van 150 x 100 centimeter; voor kindergraven voor levenloos geborenen uitsluitend liggende gedenktekens van 40 x 40 centimeter; voorzetplaten van urnennissen hebben diverse afmetingen afhankelijk van het type nis. Gedenktekens mogen de afmeting van de voorzetplaat niet overschrijden; voor gazongraven in Doorn is slechts toegestaan een staand gedenkteken. 4.. In afwijking van het bepaalde in de vorige leden gelden op het oude gedeelte van de begraafplaats Doorn, zoals aangegeven in het bij dit besluit behorende indelingsplan, de volgende bijzondere regels: De bedekking voor graven dient te bestaan uit een grafsteen uit de steensoort Bianco del mare; De maten voor de bedekking staan aangegeven in het hiervoor bedoelde indelingsplan; In het indelingsplan is tevens aangegeven of de stenen liggend of staand moeten worden geplaatst; Op particuliere graven mag maximaal één steen worden geplaatst; Op algemene graven mogen maximaal twee liggende stenen worden geplaatst. 5.. De in het derde lid onder a, c en e genoemde gedenktekens moeten vast aan elkaar of aan een fundament verbonden zijn. 6.. Bodembedekking of strooibedekking, zoals grind en schelpen zijn alleen toegestaan binnen een deugdelijke omranding van minimaal 10 cm hoogte en indien voorzien van een bodemplaat. 7.. Als gedenkteken voor natuurgraven en urnen-natuurgraven is slechts toegestaan een boomschijf van onbehandeld inlands hout, door de gemeente te leveren. De diameter van de boomschijf bedraagt maximaal 35 cm, de dikte 10 cm. De houtsoort is niet vrij te kiezen, de inscriptie wel. De rechthebbende is zelf verantwoordelijk voor het laten plaatsen van een inscriptie. Bloemen met een keurmerk van biologische teelt zijn op het graf toegestaan gedurende de eerste 2 weken na bijzetting en worden daarna door de beheerder verwijderd. Andere markeringstekens zijn niet toegestaan. 8.. Voor de plaatsing van een urn gelden de volgende voorwaarden: indien een urn blijvend zichtbaar wordt geplaatst op een graf dient deze zodanig te worden bevestigd of afgedekt dat verwijdering door onbevoegden wordt voorkomen; het aanbrengen van een inscriptie op de afdekplaat dient, in opdracht van de gebruiker, door een erkende steenhouwer te worden uitgevoerd. 9.. Voor grafbedekkingen op begraafplaatsen en themavelden met de status van rijks- of gemeentelijk monument gelden afwijkende voorschriften. De Rijks- en Gemeentelijke Monumentenverordeningen zijn leidend. 10.. In specifieke situaties kan het college afwijken van de in lid 3 genoemde afmetingen. Een verzoek daartoe wordt beoordeeld op inpasbaarheid binnen het betreffende vak of themaveld. 11.. Voor het schoonmaken van grafbedekkingen zijn alleen biologisch afbreekbare middelen toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel