De afgelopen jaren zijn er op landelijk niveau veel ontwikkelingen geweest binnen de schuldhulpverlening. Hieronder lichten we de belangrijkste wijzigingen uit. Hoe er wordt ingespeeld op deze veranderende wet- en regelgeving, kan verschillen per gemeente. Dit wordt uitgewerkt in de verschillende lokale uitvoeringsplannen. Het budget van het Rijk is kaderstellend voor de uitvoering van de (regionale) schuldhulpverlening. Het is daarnaast van belang om de hieruit vloeiende vernieuwde werkwijzen goed te monitoren, om zo een beeld te krijgen van de effectiviteit.
Landelijk Actieplan Brede Schuldenaanpak
Het Landelijk Actieplan Brede Schuldenaanpak (hierna: actieplan) is een collectief van maatregelen van de Nederlandse overheid om armoede- en schuldenproblematiek beter te kunnen voorkomen en verhelpen. Dit is één van de afspraken uit het landelijk coalitieakkoord en is in 2018 gestart.
De belangrijkste doelen voor het actieplan zijn:
Problematische schulden voorkomen
Ontzorgen en ondersteunen
Zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso
Wijziging Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs)
Per 1 januari 2021 is de gewijzigde Wgs in werking getreden. De wijziging van de Wgs faciliteert enerzijds de gegevensuitwisseling tussen schuldhulpverleners en schuldeisers met als doel vroegsignalering van schulden. Daarnaast creëert deze een grondslag voor de gegevensuitwisseling voor het besluit over de toegang tot en het plan van aanpak voor de schuldhulpverlening. Ook wordt de toegang van zelfstandigen tot de schuldhulpverlening verduidelijkt.
De gegevens die mogen worden uitgewisseld met als doel vroegsignalering van schulden, zijn opgenomen in het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs). Het gaat hierbij om betalingsachterstanden op vaste lasten, zoals huur, energie, water en zorgverzekering.
Na ontvangst van het signaal dient het College van Burgemeester en Wethouders binnen vier weken een eerste gesprek aan te bieden (zie bijlage 2). Om de wacht- en doorlooptijden voor schuldhulpverlening te versnellen, is opgenomen dat het College na ontvangst van een hulpvraag de bevoegdheid krijgt om gegevens op te vragen die noodzakelijk zijn om de inkomens- en schuldenpositie te bepalen.
Bovendien hebben de Westfriese gemeenten op basis van deze wetswijziging in een verordening vastgelegd dat binnen maximaal 8 weken vanaf het moment dat de hulpvraag duidelijk is een beschikking tot schuldhulp wordt afgeven (zie bijlage 2).
Wet vereenvoudiging beslagvrije voet
Per 1 januari 2021 is de wet vereenvoudiging beslagvrije voet3Een beslagvrije voet is een deel van het inkomen waarop geen beslag gelegd kan worden. in werking getreden. De wijziging is noodzakelijk omdat uit onderzoek blijkt dat in 75% van de gevallen de beslagvrije voet eerder te laag werd vastgesteld. Dit komt mede doordat het berekenen van de beslagvrije voet afhankelijk is van een grote hoeveelheid informatie die de inwoner zelf moet aanleveren en dit niet altijd volledig is. Het gevolg van een te lage beslagvrije voet is dat een inwoner niet meer in levensonderhoud kan voorzien, wat ook effect kan hebben op schulden.
Vanaf januari 2021 is er een vernieuwd rekenmodel, waarbij de informatie niet aan de inwoner wordt uitgevraagd, maar geautomatiseerd wordt opgehaald. Tevens is de rol van coördinerend deurwaarder toegevoegd, een vaste beslagvolgorde toegepast en is de afloscapaciteit ten minste 5% van de bijstandsnorm. Hierdoor ontstaat een realistischere beslagvrije voet en het is voor de inwoner minder ingewikkeld omdat zij minder hoeven aan te leveren.
Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind
Op 1 januari 2021 is de wet in werking getreden die regelt dat gemeenten mogen adviseren bij schuldenbewind. De wijziging zorgt ervoor dat gemeenten via een opt-in regeling rechters kunnen adviseren over de vraag of iemand met problematische schulden hulp moet krijgen van een beschermingsbewindvoerder of dat er een alternatief is (zoals budgetbeheer).
Wetswijziging afvoer- en opslaan inboedel
Per 1 april 2021 dragen de gemeenten ten laste van de executant zorg voor het meevoeren en opslaan van de roerende zaken die bij een ontruiming van een woning op straat geplaatst zijn. Dat betekent dat een gemeente de inboedel na een ontruiming afvoert en opslaat of hiervoor afspraken maakt met externe partijen. Gemeenten geven hier lokaal invulling aan.
Artikel 2.
Landelijke ontwikkelingen en wetswijzigingen
Onderdeel van Kaderplan Schuldhulpverlening 2021-2024 Zes Westfriese gemeenten