Gemeenten hebben de verplichting om inwoners met schulden te helpen. Gemeenten kunnen de schuldhulpverlening zelf vormgeven binnen het (brede) kader van de wet.
Schuldhulpverlening richt zich op:
Een duurzame aanpak van schulden
Een oplossing voor schulden
Het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners12 https://vng.nl/artikelen/schuldhulpverlening-gemeenten
De gemeenten besteden allemaal een deel van de hulpverlening uit aan de Kredietbank Nederland. Het moment waarop de Westfriese gemeenten de Kredietbank inschakelen verschilt per gemeente. Bij een verzoek om schuldhulpverlening, voeren Medemblik en Koggenland zelf een eerste screening uit. Als er een schuldhulpverleningstraject nodig is, wordt de Kredietbank Nederland ingeschakeld. Die stelt met de inwoner een plan van aanpak op en vraagt de gemeenten om akkoord hierop. Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland, voeren de intake en stabilisatie zelf uit en stellen een plan van aanpak op. Wanneer een schuldhulpverleningstraject nodig is, wordt de Kredietbank ingeschakeld. In Opmeer kunnen inwoners zich rechtstreeks melden bij de Kredietbank.
Van aanvraag tot nazorg, traject schuldhulpverlening
Stap 1: Aanvraag
Een inwoner meldt zich bij de gemeente en kan een aanvraag doen voor schuldhulpverlening. Aanmelden kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld via de website, het algemene telefoonnummer, een spreekuur of een e-mailadres speciaal voor de schuldhulpverlening. Om de aanvraag te beoordelen heeft de gemeente gegevens nodig, zoals inkomsten, uitgaven en een schuldenoverzicht. (zie bijlage 2)
Stap 2: Intakegesprek
Na de melding start de wachttijd tot het intakegesprek. Het intakegesprek vindt binnen maximaal vier weken plaats. Als er een dreigende situatie is (afsluiting energie, ontruiming van de woning, opzegging zorgverzekering) zijn dit maximaal drie werkdagen. Tijdens het intakegesprek stelt de gemeente samen met de inwoner de hulpvraag vast.
Stap 3: Beoordeling aanvraag en besluit
Daarna beoordeelt de gemeente of de inwoner recht heeft op schuldhulpverlening en neemt binnen maximaal acht weken na de aanvraag het besluit, de beschikking. Hierin staat of men wel of niet schuldhulpverlening krijgt. Als er informatie ontbreekt die nodig is om een besluit te nemen, kan er éénmaal een hersteltermijn ingezet worden.
Stap 4: Stabilisatieperiode en plan van aanpak
In de stabilisatieperiode worden alle schulden inzichtelijk gemaakt en komt er een plan van aanpak. Afhankelijk van de situatie zijn er verschillende mogelijkheden, zoals (tijdelijk) budgetbeheer, de inzet van een budgetcoach. Als het een minnelijke traject: betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet of aan schuldbemiddeling. Daarnaast zijn er voor spoedeisende situaties ook mogelijkheden, zoals een voorlopige voorziening, moratorium, breed Wettelijk Moratorium en WSNP.
Stap 5: nazorg
Het is van belang om mensen tijdens én na afloop van een schuldregelingstraject hulp aan te bieden voor ondersteuning. Zie voor meer informatie over nazorg hoofdstuk 8.
Spoedeisende situatie (wettelijke middelen)
Wanneer het de schuldhulpverlener niet lukt om de situatie te stabiliseren, dan kan het college van B&W bij de rechtbank een verzoek indien13https://www.schuldinfo.nl/index.php?id=147. Dit verzoek dient als hulpmiddel of ter ondersteuning van het minnelijk traject. Indien het minnelijk traject niet slaagt, kan er een beroep gedaan worden op het wettelijke traject.
Voorlopige voorziening art. 287 lid 4 Fw
De voorlopige voorziening is een noodvoorziening in een spoedeisende situatie. Je kunt hierbij bijvoorbeeld ook denken aan het ten uitvoer leggen van vonnissen anders dan de bedreigende situatie(s). Deze kan worden uitgesproken ter overbrugging van de periode tussen de indiening van en de beslissing op het verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
Moratorium (Faillissementswet) art. 287 b Fw
Dit moratorium kan aangevraagd worden voor een duur van maximaal zes maanden en als sprake is van een ‘bedreigende situatie’. Bedreigende situaties zijn: gedwongen woningontruiming, afsluiting van gas, water en/of licht en stopzetten van de zorgverzekering. Doel van een dit moratorium is het (alsnog) mogelijk maken van een minnelijke oplossing voor de schulden.
Breed Wettelijk Moratorium
Dit moratorium wordt geregeld in artikel 5 van de Wgs en is per 1 april 2017 in werking getreden. Het college van B&W kan de rechtbank verzoeken om een afkoelingsperiode af te kondigen (van maximaal 6 maanden), waarin alle invorderingsbevoegdheden van de schuldeisers worden opgeschort.
WSNP
De Wettelijke Schuldsaneringsregeling Natuurlijke Personen is de wettelijke schuldregeling wanneer het zogeheten ‘minnelijke’ traject (schuldhulpverleningstraject bij de Westfriese gemeenten) is mislukt. In dat geval is er geen akkoord bereikt met de schuldeisers om uit de schulden te komen en is de toelating tot de Wsnp de enige (en laatste) mogelijkheid.
Tijdens de Wsnp wordt een traject van (in beginsel) 3 tot 5 jaren doorlopen. De insolventierechter toetst deze aanvraag. Schuldeisers hoeven hier niet mee in te stemmen.
Schuldhulpverlening en ondernemers
Ondernemers woonachtig in de Westfriese gemeenten kunnen zich melden bij de schuldhulpverlening van de gemeente. Bij de Westfriese gemeenten vinden de eerste gesprekken plaats met de consulenten van de gemeente of kunnen inwoners zich rechtstreeks aanmelden bij de hiervoor gecontracteerde partner (Zuidweg en partners). Naar aanleiding van het gesprek kan een inschatting gemaakt worden of de ondernemer geholpen is met een betalingsregeling waarbij de gemeente bemiddeld of dat er meer hulp nodig is. Indien er meer hulp nodig is, wordt de ondernemer door middel van een warme overdracht doorgezet naar WerkSaam voor een Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ) en/of naar Zuidweg en partners. Net als bij de reguliere aanmeldingen, is elke aanvraag uniek en wordt er maatwerk geleverd.
De hulpverlening wordt uitbesteed aan WerkSaam (BBZ) en/ of Zuidweg en partners omdat de gemeenten niet de specifieke expertise en samenwerkingsverbanden heeft om de zelfstandige te helpen. Indien de vraag niet complex is (bij beginnende schulden) helpt de gemeenten de ondernemer. In andere gevallen verwijzen zij door, maar houden de regie.
In bijlage 1 het schema van onze werkwijze (voorbeeld SED).
Artikel 7.
Proces van hulp bij schulden (curatie)
Onderdeel van Kaderplan Schuldhulpverlening 2021-2024 Zes Westfriese gemeenten