De mate van verscheidenheid aan levensvormen in een bepaald leefgebied of ecosysteem wordt biodiversiteit genoemd. Het gaat hier om de variatie in planten en dieren, maar ook bacteriën en schimmels. Hoe meer variatie hiervan, hoe meer biodivers en gezonder een ecosysteem is. In Figuur 5 is biodiversiteit schematisch weergegeven. De biodiversiteit is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Dit komt voornamelijk door de toenemende verstedelijking, intensieve landbouw en milieuvervuiling.
Figuur 5 Biodiversiteit
Voor insecten zoals bijen, hommels en vlinders is het belangrijk dat hun ‘bed & breakfast’ niet te ver uit elkaar liggen. De schuilplekken (bed) en voedselplekken (breakfast) mogen niet meer dan 500 meter uit elkaar liggen. De bed & breakfast-plekken moeten onderling ook weer met elkaar verbonden zijn. Zowel binnen de kernen zelf als ook de kernen met elkaar via het landschap (zie Figuur 6). Door bijen te helpen worden ook andere dieren en planten geholpen. De aanplant van bloemrijke beplanting geven na bestuiving door de bijen bessen en zaden, welke voedsel zijn voor onder andere vogels. Deze vogels maken ook gebruik van deze struiken, bomen en bloemrijke grasbermen om te schuilen en een nest te maken.
Uit onderzoek van EIS Kenniscentrum insecten en andere ongewervelden blijkt dat het voorgaande resultaat heeft. Tussen 2015 en 2018 is in de regio het aantal bijensoorten met 34% toegenomen (Bijenlandschap, 2020). We blijven daarom deze werkwijze toepassen. Waaronder het maaien en afruimen van de bermen.
Figuur 6 Bouwstenen bijenlandschap (Groene cirkel Bijenlandschap, 2017)
Bestrijdingsmiddelen hebben een negatieve invloed op de biodiversiteit. Door onkruid met bij-voorbeeld glyfosaat (o.a. Roundup) gaat niet alleen het onkruid dood. Ook het bodemleven en insecten, waaronder bijen, gaan dood. Het middel blijft lang aanwezig in de grond en het op-pervlaktewater waardoor ook de negatieve effecten lang aanwezig blijven. Middelen die slecht zijn voor de biodiversiteit willen we dan ook niet op onze eigen grond gebruiken.
Een uitzondering maken we voor de invasieve exoten, zoals reuzen berenklauw en de Japanse duizendknoop. Om bij deze soorten te voorkomen dat ze uitbreiden, bestrijden we deze planten ook met bestrijdingsmiddelen. Deze middelen gebruiken we alleen als het afmaaien en branden met heet water onvoldoende effect heeft.