Een aanvraag wordt getoetst aan de volgende aspecten:
i. De aanvrager is een lokale sociaal-maatschappelijke organisatie of een lokale culturele instelling die als gevolg van de Covid-19 pandemie inkomsten weg ziet vallen.
ii. De aanvrager draagt bij aan het realiseren van de beleidsdoelen van de gemeente en/of is van grote maatschappelijke waarde voor de sociale infrastructuur binnen de gemeente
iii. De aanvrager maakt, daar waar mogelijk, eerst gebruik van vangnetregelingen, die door bijvoorbeeld het Rijk of koepelorganisaties in het leven zijn of worden geroepen.
iv. De aanvrager maakt, daar waar mogelijk, eerst gebruik van vangnetregelingen, die door bijvoorbeeld het Rijk of koepelorganisaties in het leven zijn of worden geroepen.
v. De aanvrager heeft maatregelen getroffen om de schade als gevolg van het wegvallen van inkomsten zoveel mogelijk te beperken.
vi. De aanvrager is (ook na de Covid-19 pandemie) levensvatbaar (heeft voldoende financiële draagkracht).
vii. De hoogte van het aangevraagde bedrag staat in verhouding tot het financiële probleem dat door de Covid-19 pandemie is ontstaan. Indien de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende eigen geld kan beschikken om uit de financiële problemen te komen, kan dat een reden zijn om de subsidie te weigeren (zie hiervoor ook artikel 9 lid 2 sub f Asv K&B 2015). Hierbij houdt de gemeente rekening met het beschikbaar Eigen Vermogen van de aanvragende organisatie.
viii. De gemeente toetst alle aanvragen aan alle bestaande wet- en regelgeving.
Artikel 1.2
Waar wordt een aanvraag aan getoetst
Onderdeel van Nadere regels Covid-19 steunpakket 2021