Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4.

Artikel 14a:

Bibob-beleid.

Onderdeel van Onderwijshuisvestingsverordening gemeente Aalten 2021

1.. De gemeente kan een Bibob-toets uitvoeren met betrekking tot overheidsopdrachten. Van geval tot geval bepaalt de gemeente of het in de rede ligt om bij de gunning van een overheidsopdracht de Wet Bibob toe te passen. 2.. De gemeente zal in ieder geval een Bibob-toets uitvoeren indien er vanuit: eigen ambtelijke informatie en/of informatie verkregen van het Bureau Bibob en/of informatie verkregen vanuit het Openbaar Ministerie (OM) conform artikel 26 van de wet (OM-tip) en/of informatie verkregen van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC; aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob 3.. De gemeente kan in iedere fase van een aanbesteding ter zake een overheidsopdracht een Bibob-toets uitvoeren. Derhalve kunnen aan een Bibob-toets worden onderworpen zowel degenen die de gemeente voornemens is te selecteren tot een volgende fase van de aanbesteding, dan wel degene(n) aan wie de gemeente voornemens is de betreffende overheidsopdracht te gunnen. 4.. De gemeente kan ook na gunning van een overheidsopdracht besluiten een Bibob-toets uit te voeren. De overeenkomst kan worden ontbonden door de gemeente indien (alsnog) feiten en omstandigheden in relatie tot het bedrijf of de persoon van de opdrachtgever bekend zijn geworden die, waren deze bekend geweest vóór het tot stand komen van de overeenkomst, aanleiding zouden zijn geweest om de opdrachtnemer uit te sluiten van verdere deelname aan de aanbesteding. De gemeente kan in het hiervoor bedoelde geval besluiten niet tot ontbinding over te gaan indien zij van oordeel is dat uit de Bibob-toets gebleken mate van gevaar in voldoende mate valt te reduceren door het stellen van (nadere) uitvoeringsvoorwaarden.

Rechtspraak bij dit artikel