Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.4

Teruggeven, weggeven, euthanaseren

Onderdeel van Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Tilburg

1.. In beginsel wordt het advies van de hondengedragsdeskundige die het risico-assessment heeft afgenomen opgevolgd. 2.. Indien opvolging van het advies zou inhouden dat de hond aan de eigenaar of de houder teruggegeven wordt, maar er concrete aanwijzingen zijn waaruit afgeleid kan worden dat dit een onacceptabele onrust veroorzaakt in de directe omgeving van het verblijfadres van de houder of eigenaar, wordt het advies niet opgevolgd. 3.. Als de gevaarlijke hond veelvuldig op een ander adres verblijft dan op het verblijfadres van de eigenaar of de houder, dan geldt het tweede lid ook ten aanzien van de directe omgeving van dat andere adres. 4.. De teruggave van een gevaarlijke hond verandert niet dat de hond als gevaarlijk wordt beschouwd. 5.. Een gevaarlijke hond wordt uitsluitend weggegeven: als uit het risico-assessment is gebleken dat het gedrag van de hond nog ten goede is bij te stellen en aan een ander die zelf aantoonbaar bekwaam is om de bijstelling in het gedrag te bewerkstelligen. 6.. De persoon uit het vijfde lid aanhef en onderdeel b krijgt een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd. 7.. Een gevaarlijke hond die niet teruggegeven kan worden en die niet herplaatst kan worden onder de criteria uit het vijfde lid wordt geëuthanaseerd. Toelichting bij artikel 6.4 Het risico-assessment is erop gericht om te kunnen beoordelen of de hond teruggegeven kan worden. Als teruggave niet binnen dertien weken mogelijk is, kan de hond verkocht worden [5:30 eerste lid Awb]. Uitgangspunt is dat verkoop van een gevaarlijke hond nooit mogelijk is. Daardoor is het, op grond van artikel 5:30 vijfde lid Awb, mogelijk om de hond weg te geven of te euthanaseren. Een gevaarlijke hond wordt niet altijd en niet aan een ieder weggegeven; het vijfde lid geeft de minimale vereisten. Indien een hond wordt weggegeven, dan wordt daarbij ook direct een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd. Voor het doden van een dier geldt dat voldaan moet worden aan de wettelijke voorwaarden; op grond van artikel 1.10 aanhef en sub e Besluit houders van dieren kan een dier worden gedood vanwege niet te corrigeren gedragskenmerken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel