Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.3

Persoonlijke verwijtbaarheid

Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Duiven

De bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet is in beginsel gericht op het pand en is niet gericht tegen de eigenaar of bewoner. Deze bevoegdheid strekt er toe de geconstateerde overtreding van de Opiumwet in het betreffende pand te beëindigen en herhaling te voorkomen. Hierbij is de persoonlijke verwijtbaarheid van een betrokkene geen bijzondere omstandigheid die ertoe zou moeten leiden dat af moet worden gezien van sluiting. Zoals uit bestendige jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt (zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2010:BL8721 en ECLI:NL:RVS:2013:CA3702), speelt de persoonlijke verwijtbaarheid van de eigenaar/gebruiker geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting van het pand noodzaakt. Ook in het geval het aannemelijk is dat gebruikers (huurders) van een pand zonder medeweten van de eigenaar in of vanuit het lokaal of de woning drugs verkopen of verhandelen, kan sprake zijn van een handelshoeveelheid/drugshandel die aanleiding geeft tot optreden op basis van artikel 13b van de Opiumwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel