Voor het geheel of gedeeltelijk omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten behoeve van inwoning is geen vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet noodzakelijk mits:
de verhuurder zijn hoofdverblijf zelf in de betreffende woning heeft;
er sprake is van onderverhuur aan, of inwoning door, één persoon;
de verhuurder het exclusieve gebruiksrecht op minimaal 50% van het gebruiksoppervlak van de woonruimte heeft; en
het gebruiksoppervlak van het deel van de woonruimte dat verhuurd wordt aan de inwoner minimaal 12m² bedraagt.
Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning is geen vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet noodzakelijk, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de woonruimte, indien gehuurd, heeft een rekenhuur boven de liberalisatiegrens;
de eigenaar of huurder houdt zijn hoofdverblijf buiten de woningmarktregio; en
het gaat hierbij om ten hoogste één woning per eigenaar of huurder.
Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten is geen vergunning als bedoeld artikel 3.1.2, derde lid, noodzakelijk mits sprake is van woningdelen en zolang de woonruimte door ten hoogste twee volwassenen wordt bewoond.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 1
Artikel 3.1.3
Uitzonderingen op de vergunningsplicht
Onderdeel van Huisvestingsverordening Diemen 2021