Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Grenzen aan mandaat

Onderdeel van Mandaatbesluit 2021

Bij de verlening van een mandaat houden het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar in zijn algemeenheid rekening met de volgende uitgangspunten: onderwerpen die reeds geregeld zijn bij de totstandkoming van de BWB, de ISD en de OMWB en andere gemeenschappelijke regelingen, cq samenwerkingsverbanden en de daartoe opgestelde aanwijzingsbesluiten lenen zich niet voor mandaat bestuurlijk/politiek gevoelige zaken komen niet in aanmerking voor mandaat; er moet sprake zijn van efficiëntie en tijdwinst; in principe wordt zo laag mogelijk in de organisatie gemandateerd; besluiten dienen binnen daartoe bestemde budgetten te vallen waarbij de bevoegdheden in het kader van het budgethouderschap in acht dienen te worden genomen. Onverminderd het bepaalde in lid 1 dient een voorgenomen in mandaat te nemen besluit door het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester te worden besloten, indien: het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het dan toe gevoerde beleid; het besluit niet past binnen de daartoe bestemde (afdelings-)budgetten; het college, de burgemeester, de heffingsambtenaar of de invorderingsambtenaar dit kenbaar heeft gemaakt; bij betrokkenheid van meerdere afdelingen of stafteams er geen advies is ingewonnen bij één van de afdelingen of de stafteams en/of er geen afweging is gemaakt over het advies bij het te nemen besluit, dan wel de budgethouder een negatief advies heeft uitgebracht; het een afwijzend besluit betreft, tenzij anders is geregeld in de mandaatlijst. Wanneer persoonlijke betrokkenheid van de mandaatontvanger bij het te nemen besluit bestaat, vindt besluitvorming plaats door de hiërarchisch hoger geplaatste persoon op de afdeling, in het geval van een afdelingshoofd door de gemeentesecretaris of een ander afdelingshoofd, en in het geval van de gemeentesecretaris door het bevoegde bestuursorgaan. Ingeval de mandaatontvanger op basis van het bepaalde in het tweede lid een te nemen besluit voorlegt aan het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, de heffingsambtenaar of de invorderingsambtenaar, nemen deze bestuursorganen het besluit zelf of geven de condities, waaronder de mandaatontvanger gebruik mag maken van zijn bevoegdheid. Ingeval artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet van toepassing is (informatieplicht van het college naar de raad inzake privaatrechtelijke rechtshandelingen) neemt het college van burgemeester en wethouders het besluit zelf. Bij de uitoefening van bevoegdheden als bedoeld in de mandatenlijst wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, besluiten, verordeningen, regelingen, aanwijzingen en richtlijnen, hoe ook genaamd van Europese, rijks-, provinciale- en gemeentelijke wetgevers of andere bestuursorganen in acht genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel