Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

Aanspraak vervoer

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Leidschendam-Voorburg 2021

De jeugdige kan in aanmerking komen voor vervoer van en naar de locatie waar de Jeugdhulp wordt geboden als: de ouders dit aantoonbaar niet kunnen er een medische noodzaak bestaat voor het vervoer, of de jeugdige niet zelfstandig kan reizen bijvoorbeeld vanwege een beperking 5.4.1Vervoer vanuit Jeugdhulp wordt niet ingezet voor: ouders zelf; ander vervoer dan naar een instelling voor Jeugdhulp te bekostigen of organiseren (zoals uitstapjes); vergoeding van parkeerkosten. 5.4.2Goedkoopst passend vervoer Als de jeugdconsulent besluit dat vervoer voor de jeugdige nodig is, dan verstrekt de gemeente de goedkoopst passende vervoersvoorziening. Het gaat alleen om vervoer van en naar de locatie waar de Jeugdhulp wordt geboden (betreft enkel vaste adressen). 5.4.3Frequentie vervoer Het vervoer wordt voor maximaal twee keer per dag verstrekt: heen en terug. Het vervoer is alleen bestemd voor een vaste locatie en voor een vooraf vastgesteld aantal dagen. 5.4.4Vervoer kortdurend verblijf (logeren) Logeert de jeugdige (kortdurend verblijf) op locatie om de ouders te ontlasten, dan wordt van de ouders verwacht dat zij hun kind naar de logeerplek brengen. Toelichting op artikel 5.4 Eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen Het uitgangspunt is dat de jeugdige en zijn ouders op eigen kracht zorgen voor het vervoer naar de locatie en de begeleiding om er te komen, eventueel met behulp van hun eigen netwerk. Als dit aantoonbaar niet mogelijk is kan er aanspraak gedaan worden op vervoersondersteuning. De jeugdconsulent onderzoekt of eventueel een vrijwilliger de jeugdige kan begeleiden van en naar de locatie waar de Jeugdhulp wordt geboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel