Herziening of intrekking is alleen mogelijk bij het gegronde vermoeden dat de volgende verplichtingen niet of onvoldoende worden nagekomen:
Schending inlichtingenplicht: het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens van de jeugdige of zijn ouders die bij de juiste of volledige verstrekking tot een ander besluit zou hebben geleid.
Niet voldoen aan voorwaarden: de jeugdige of zijn ouders die niet voldoet aan de voorwaarden die aan het pgb zijn verbonden.
Besteed aan ander doeleinde: De jeugdige of zijn ouders heeft het pgb niet of voor een ander doeleinde gebruikt.
6.12.1 Gegrond vermoeden
Een gegrond vermoeden houdt in dat er een aanwijzing (of meerdere) moet zijn dat er misschien niet of niet voldoende wordt voldaan aan de verplichtingen. Die aanwijzingen kunnen gaan over de jeugdige, de ouders maar ook over de derde (of daaraan gelieerde rechtspersoon). Het gaat dus (nog) niet om vastgestelde feiten of bewijs dat er onjuistheden zijn. Gedurende de termijn van opschorting onderzoekt de gemeente of de toezichthoudende ambtenaar het gegronde vermoeden. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek kan de gemeente de toekenning herzien of intrekken.
6.12.2. Opschorting betaling pgb door de Sociale Verzekeringsbank (SVB)
Om misbruik van de wet te voorkomen zal de gemeente niet in alle gevallen direct over kunnen of willen gaan tot het herzien of intrekken van het pgb-besluit. De gemeente kan de pgb-betaling voor maximaal 13 weken opschorten om ruimte te maken voor (herstel)maatregelen of verder onderzoek.
Toelichting op artikel 6.12.2.
Het gaat om situaties waarin de gemeente het pgb heeft toegekend, al heeft uitbetaald aan de SVB en er aanleiding is om de SVB te verzoeken eventuele declaraties (nog) niet uit te betalen.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.12
Herziening of intrekking bij schenden verplichtingen (artikel 8.1.4, lid 1, van de Jeugdwet)
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Leidschendam-Voorburg 2021