Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Subsidie voor instandhouding van de voorzieningen

Onderdeel van Nadere regels Verbreed Vitaliteitsfonds Steenwijkerland 2021

1.. Maatschappelijke organisaties kunnen voor subsidie voor instandhouding uit het Vitaliteitsfonds in aanmerking komen wanneer zij als gevolg van de COVID-19 crisis nadeel ondervinden en waarbij een van de navolgende situaties zich voordoet: de uitvoering van de activiteiten en/of het voortbestaan van de organisatie wordt nu of in de nabije toekomst bedreigd; door de van overheidswege op of na 15 maart 2020 opgelegde maatregelen in verband met COVID-19 crisis kunnen of konden de activiteiten niet of gedeeltelijk uitgevoerd worden en dat heeft de subsidieaanvrager in financiële problemen gebracht; de subsidieaanvrager heeft maximaal gestuurd op het beperken van uitgaven, die in het licht van de sluiting van de accommodatie en/of stopzetting van activiteiten vermijdbaar waren; wanneer niet in een andere bijdrage en/of voorziening kan worden voorzien en/of deze andere bijdrage ontoereikend blijkt te zijn, zoals bijvoorbeeld uit eigen reserves en/of tegemoetkomingen van o.a. de Rijksoverheid en/of provincie Overijssel; de situatie niet is ontstaan door verwijtbaar en/of onrechtmatig gedrag van de aanvrager; reserves, zoals bedoeld in artikel 6, lid 1, onder d bestemd voor noodzakelijke uitgaven in de nabije toekomst of geplande uitgaven die juist zorgen voor meer toekomstbestendigheid op de lange termijn kunnen (gedeeltelijk) buiten beschouwing worden gelaten, wanneer het niet hebben van (een gedeelte van) deze reserves de uitvoering van de activiteiten of het voortbestaan van de organisatie zal bedreigen. 2.. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de (maandelijkse) kosten die in de periode van 13 maart 2020 tot en met 31 maart 2022 zijn of worden gemaakt bestaande uit huur, energiekosten (gas, water, elektra), organisatiekosten (personeelslasten), activiteitkosten en/of andere kosten. 3.. De hoogte van de subsidie is maximaal het bedrag, ter beoordeling aan het college, dat nodig is om de noodsituatie geheel of grotendeels op te lossen. 4.. Bij de hoogte van de subsidie wordt rekening gehouden met de eigen verantwoordelijkheid van de maatschappelijke organisatie. Deze moet aantonen welke (eigen) inspanning in redelijkheid is verricht om de financiële gevolgen van de COVID-19 crisis op te vangen en/of te verminderen. 5.. De aanvraag voor deze subsidie wordt ingediend door middel van het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

Rechtspraak bij dit artikel