Naar hoofdinhoud
Om de (vreugde- en kamp-)vuren op verantwoordelijke wijze te laten verlopen dienen voorschriften te worden opgevolgd. Afhankelijk van de situatie in artikel 2 kunnen naast de gebruiks- en veiligheidsvoorschriften en de afstands- en inrichtingseisen ook specifieke voorschriften gelden. De ontheffinghouder dient de volgende gebruiks- en veiligheidsvoorschriften ten allen tijde bij het stoken van een (vreugde)vuur in acht te nemen: Slechts onbehandeld hout mag worden gestookt/verbrand. Het is verboden om andere afvalstoffen dan onbehandeld hout te verbranden.; Het onbehandeld hout moet worden gestookt in een vuurton met een inhoud van maximaal 1 m3. Per perceel en per eigenaar mag er maximaal 1 vuurton gebruikt worden dan wel aanwezig zijn. Bij het ontsteken van het vuur mag geen gebruik gemaakt wordt van aardolieproducten/brandbare vloeistoffen, zoals benzine, petroleum of oliën. Daarnaast mogen gemakkelijk opstijgende brandstoffen zoals bladeren, papier, houtwol en hooi niet worden gebruikt als brandstof. Minimaal 1 werkdag vóór het stoken dient melding te worden gemaakt dat gebruik wordt gemaakt van de ontheffing bij de gemeente via het meldingsformulier op de website www.nunspeet.nl; Wanneer vanuit de veiligheidsregio wordt aangegeven dat er sprake is van een fase 2 (weersomstandigheden), dan mag er geen (vreugde)vuur worden gestookt en dus geen gebruik worden gemaakt van de ontheffing. Zie www.natuurbrandrisico.nl Dit geldt ook bij windkracht 6 of meer. Zie www.knmi.nl In de onmiddellijke nabijheid moeten voldoende preventieve brandblusmiddelen aanwezig zijn, zoals een poeder- of koolzuurblusser, water en/of zand. Tijdens het stoken dient er een nuchter en meerderjarig persoon aanwezig te zijn die constant toezicht houdt op het vuur. Die persoon en/of de aanvrager dient te allen tijde te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om gevaar, schade of overlast ten gevolge van het branden te voorkomen of te beperken. Alle aanwijzingen en bevelen die door of namens de brandweer, opsporingsambtenaren van de politie of toezichthouders van de gemeente/ODNV worden gegeven, dienen steeds exact en onmiddellijk te worden opgevolgd. De verbrandingsresten van het onbehandeld hout moeten uiterlijk 48 uur na het stoken geheel zijn verwijderd op verantwoorde wijze; De verleende stookontheffing moet kunnen worden getoond tijdens het stoken van het vuur. De ontheffinghouder dient de volgende afstands- en inrichtingseisen ten allen tijde bij het stoken van een vuur in acht te nemen: De vuurton moet zijn voorzien van onderliggende stelplaten en/of een berg zand van voldoende dikte en sterkte om de vuurbelasting te weerstaan. De afstand van de rand van de vuurton tot de volgende objecten bedraagt tenminste: 5 meter tot woningen of gebouwen en/of 10 meter in de windrichting van woningen en gebouwen; 10 meter tot een oppervlaktewater of tot houtopstanden; 15 meter tot rietgedekte daken 30 meter in de windrichting tot een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, een bos of heidegrond. 1 meter tot gemeentegrond (perceel in eigendom van de gemeente) De toegang voor hulpverleningsdiensten mag niet worden belemmerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel