De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 3:33, eerste lid indien:
door de leidinggevende(n) en/of ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) niet wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens artikel 8, eerste en tweede lid van de Alcoholwet worden gesteld;
de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met het geldend omgevingsplan.
er aanwijzingen zijn dat in de inrichting personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.
de exploitant of de beheerder binnen de laatste vijf jaar exploitant of beheerder is geweest van een inrichting die voor ten minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3:33 is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning als bedoeld in artikel 3:33, eerste lid worden geweigerd:
in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
in het belang van de arbeidsomstandigheden van de in de inrichting werkzame prostitué(e);
indien niet voldaan is aan het gestelde in de nadere regels als bedoeld in artikel 3:32.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3
Artikel 3:43
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Heerlen 2021