Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.

Giften met een bijzondere doelbestemming

Onderdeel van Beleidsregel giften, schadevergoeding en middelen verkregen uit kansspelen, gemeente Etten-Leur 2021

1.. Giften met een bijzondere doelbestemming worden vrijgelaten voor zover de waarde van deze giften naar de aard en de hoogte aansluiten bij het minimumbehoeftekarakter van de bijstand. 2.. Voor het minimumbehoeftekarakter in lid 1 wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de maximale vergoeding die belanghebbende zou ontvangen op grond van de bijzondere bijstand of de maximale vergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Als het minimumbehoeftekarakter redelijkerwijs niet kan worden afgeleid van de vergoedingen op grond van de bijzondere bijstand of de Wmo, wordt deze individueel bepaald. 3.. De vrijlating onder lid 1 geldt alleen indien belanghebbende binnen een termijn van zes weken na ontvangst van de gift aantoont dat hij de gift aan de bijzondere doelbestemming heeft besteed. 4.. Het meerdere ten opzichte van het minimumbehoeftekarakter van de bijstand of het volledige wanneer geen doelbesteding is aangetoond, dient in aanmerking genomen te worden genomen als een gift zonder bijzondere doelbestemming zoals bedoeld in artikel 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel