**1..** Burgemeester en wethouders trekken een ontheffing in:
op verzoek van de houder van het voertuig;
wanneer de houder van het voertuig uit het autoluwe gebied verhuist of de aldaar gevestigde onderneming beëindigt;
in geval van overlijden van de houder van het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend, met dien verstande dat de ontheffing kan worden overgeschreven op naam van de nabestaande, mits deze voldoet aan de criteria waaronder de ontheffing is verleend;
indien het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend, wijzigt van eigenaar of houder;
wanneer zich een wijziging voordoet in de feiten en omstandigheden die relevant waren voor de verlening van de ontheffing;
indien een andere reden of grond bestaat waardoor houder van het voertuig of het voertuig niet meer voldoen aan de criteria op basis waarvan de ontheffing is verleend.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing intrekken:
indien een handeling wordt verricht in strijd met de ontheffing en de daaraan verbonden voorwaarden, dan wel de door de burgemeester en wethouders nader vastgestelde regels;
indien met het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend, de voor het gebied geldende verkeersregels en verkeerstekens worden overtreden;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang.