Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Zittingsperiode en beëindiging lidmaatschap

Onderdeel van Verordening op de begeleidingscommissie voor het Instituut Sociaal Raadslieden 2021

1.. De zittingsperiode van de begeleidingscommissie valt samen met die van de gemeenteraad, met dien verstande, dat de leden aftreden op 1 november van het jaar, waarin de gemeenteraadsverkiezing wordt gehouden. 2.. Het lidmaatschap van de begeleidingscommissie eindigt: op eigen verzoek; ten gevolge van overlijden. 3.. Het college kan een lid van de begeleidingscommissie voor het einde van de benoemingstermijn ontslag verlenen wegens het niet naar behoren functioneren. Voordat het ontslagbesluit genomen wordt, worden de voorzitter dan wel de vicevoorzitter en het betreffende lid in de gelegenheid gesteld hun zienswijze te geven. 4.. Het lid dat tussentijds is afgetreden blijft zijn functie vervullen totdat in zijn opvolging is voorzien. 5.. Het lid, dat ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou zijn afgetreden. 6.. De aftredende leden zijn terstond voor éénmaal herbenoembaar. In bijzondere gevallen kan het college besluiten tot een tweede herbenoeming.

Rechtspraak bij dit artikel