Om de risico’s van verleende garantstellingen op te kunnen nemen in het weerstandsvermogen en de berekening van de ratio weerstandsvermogen te bepalen, staan we stil bij de methode die we toepassen om risico’s op garantstellingen in te schatten.
De garanties met WSW als achtervang worden als (vrijwel) risicoloos voor de gemeente gezien.
De directe garanties, feitelijk de lokale, maatschappelijke garanties aan verenigingen, instellingen e.d., worden als geconsolideerd risico opgenomen in het weerstandsvermogen en in het ratio weerstandsvermogen.
We bepalen per afgegeven garantstelling het risicobedrag. Afhankelijk van de publieke taak en een eventuele zorgplicht van de gemeente. Bij het bepalen van het risicobedrag gebruiken wij de volgende zaken:
We gaan uit van het risicobedrag gelijk aan de hoogte van de garantstelling, restschuld. We zien dit als een eenmalig risico, omdat het in principe geen gemeentelijke taak is om de uitvoering van het desbetreffende beleid over te nemen. Gemeente zal z.s.m. willen overdragen/afstoten. Naast de schuld bij de bank komt er immers een exploitatie bij.
We gaan uit van een risicobedrag gelijk aan de exploitatielasten. We zien dit als een structureel risico, omdat het voortzetten van de publieke taak te wezenlijk is voor de gemeente.
De waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet is afhankelijk van de argumenten, kanttekeningen en de beheersingsmaatregelen die de gemeente treft. De waarschijnlijkheid is laag 25%, midden 50% of hoog 75%. De uiteindelijke uitkomst is onderdeel van de ratio weerstandsvermogen.
Samenvatting:
Door het verbinden van voorwaarden aan een garantieverlening, kunnen de risico’s beperkt worden. We treffen beheersingsmaatregelen, gericht op het inhoudelijk en financieel beheer. De hoogte van het risico is afhankelijk van de publieke taak en de eventuele zorgplicht van de gemeente.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.5
Financieel afdekken van risico's vanuit het weerstandsvermogen
Onderdeel van Beleidsnota garantstellingen