In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien:
de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
Bij de toepassing van de in het eerste lid onder b genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;
de aard van de inrichting;
de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie en
de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant en/of leidinggevenden in deze of in andere inrichtingen, alsmede hun antecedenten.
De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen voor het openbaar bestuur.
Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet op de bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet wordt gevraagd.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2:28E Weigeringsgronden
Artikel 2:28E Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Zwijndrecht 2021