Naar hoofdinhoud

Artikel 2:

Machtiging programmamanager

Onderdeel van Bevoegdhedenregeling Een 10 voor de jeugd Peelgemeenten 2021

1.. De programmamanager wordt gemachtigd om: namens de gemeenten onderscheidenlijk namens het openbaar lichaam te beslissen tot het aangaan, wijzigen of beëindigen van overeenkomsten ten behoeve van de inkoop van jeugdhulp, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Samenwerkingsovereenkomst, voor zover de vermogensrechtelijke verplichting die uit de overeenkomst voortkomt de gemeente niet verplicht tot een uitgave van meer dan € 30.000 per jaar per gemeente, en de gemeente onderscheidenlijk het openbaar lichaam te vertegenwoordigen bij het verrichten van de privaatrechtelijke rechtshandeling die nodig is voor het aangaan of wijzigen van een overeenkomst als bedoeld onder a., en ten behoeve van de overeenkomsten als bedoeld onder a. is de programmamanager gemachtigd tot het vaststellen van de inkoopstrategie, het vaststellen van het gunningsadvies en de ondertekening van gunnings- en afschrijvingsbrieven. 2.. Onder de overeenkomsten als bedoeld in het eerste lid onder a. vallen ook overeenkomsten ten behoeve van het inhuren van externen of het vragen van extern advies ten behoeve van de taken als omschreven in het eerste lid of in artikel 2, eerste lid, van de Samenwerkingsovereenkomst. 3.. De programmamanager kan in geen geval buiten de financiële kaders treden zoals die door het bestuurlijk platform overeenkomstig artikel 16 van de Samenwerkingsovereenkomst worden vastgesteld. 4.. Voor overeenkomsten ten behoeve van de inkoop van de jeugdhulp met een vermogensrechtelijke verplichting die hoger ligt dan omschreven in artikel 2, eerste lid onder a, wordt aan de programmanager ondertekeningsmandaat verleend, als bedoeld in artikel 10:11, van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 2, eerste lid onder b en c, is van overeenkomstige toepassing voor deze overeenkomsten, met uitzondering van het ondertekenen van de inkoopstrategie. 5.. Er wordt geen machtiging verleend tot afhandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. 6.. Er wordt geen machtiging verleend tot het beslissen op verzoeken, als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel