**1..** De ingangsdatum draagkrachtperiode wordt vastgesteld op de eerste dag van de maand waarin de kosten worden gemaakt.
**2..** De draagkrachtperiode geldt voor de duur van twaalf maanden, gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten worden gemaakt.
**3..** Voor de volgende groepen is er geen sprake van draagkracht:
personen met een uitkering krachtens de Participatiewet;
belanghebbenden met een aantoonbaar minnelijke of wettelijke schuldregeling;
belanghebbenden met een minimuminkomen en lager.
**4..** Voor de volgende groepen hoeft de draagkracht niet jaarlijks opnieuw te worden vastgesteld, maar geldt deze totdat er een wijziging in inkomen, vermogen, leefsituatie of woonsituatie optreedt: pensioengerechtigden, mensen met een Wajong-uitkering, WIA-uitkering, Anw-uitkering.
**5..** Voor de 18, 19 of 20 jarige met bijzondere bijstand voor levensonderhoud wordt bij het bepalen van de draagkracht voor bijzondere bijstand, niet zijnde bijzondere bijstand voor levensonderhoud, uitgegaan van de jongerennorm plus de bijzondere bijstand voor levensonderhoud als genoemd in artikel 9 van deze beleidsregel. Voor de 18, 19 of 20 jarige in een inrichting met bijzondere bijstand voor levensonderhoud wordt bij het bepalen van de draagkracht uitgegaan van de bijzondere bijstand als genoemd in artikel 10 van deze beleidsregel.
**6..** Voor personen met een IOAW- of IOAZ-uitkering moet de draagkracht uit vermogen beoordeeld worden.
**7..** De draagkracht bedraagt:
35% van het meerinkomen en
100% van het vermogen boven het vrij te laten vermogen op de eerste dag van de maand waarin de kosten worden gemaakt.
**8..** Voor de volgende kosten bedraagt de draagkracht, in afwijking van lid 7, sub a, 100% van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm:
Woonkostentoeslag;
Toeslagen voor voormalig alleenstaande ouders;
Bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor 18- tot 21-jarigen;
Beschermingsbewind, bewindvoeringskosten, budgetbeheer, curatele en mentorschap.
**9..** Bij het vaststellen van het vermogen voor bijzondere bijstand kan een extra vrijlating worden toegepast voor belanghebbenden die aan kunnen tonen dat zij niet beschikken over een adequate uitvaartverzekering, maar waarbij sprake is van een levensverzekering of spaarrekening die alleen bij overlijden uitkeert en niet tussentijds opvraagbaar of afkoopbaar is en waarvan de waarde overeenkomt met de kosten van een gangbare uitvaart.
**10..** Indien binnen de vastgestelde draagkrachtperiode sprake is van een inkomensstijging of daling, of een wijziging in de leefsituatie die leidt tot een andere bijstandsnorm waar het inkomen tegen wordt afgezet, dan wordt de draagkracht per de eerste van de maand waarin de wijziging plaatsvindt gewijzigd, als het een wijziging betreft van 15% of meer.
**11..** Indien een roerend goed deel uitmaakt van het vermogen van de aanvrager dan:
wordt bij een eerste auto of motor jonger dan 7 jaar de meerwaarde boven € 4.500,- meegenomen in het vermogen als de dagwaarde hoger is dan € 4.500. Bij een auto/motor van 7 jaar of ouder wordt het vermogen in de auto niet meegenomen, behalve als de auto/motor een duidelijk objectief vast te stellen dagwaarde heeft boven € 4.500,-;
wordt de dagwaarde van overige roerende goederen volledig meegenomen in de vermogensvaststelling als deze vanwege hun aard niet algemeen gebruikelijk zijn.