Ontheffing van de opgelegde zelfbewoningsplicht en/of het anti-speculatiebeding is mogelijk indien:
verkoop op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 van het Burgerlijk Wetboek plaatsvindt;
executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers (artikel 3:268 van het Burgerlijk Wetboek) plaatsvindt;
schriftelijke ontheffing door het college wordt gegeven in het geval van:
verandering van werkkring van koper op grond waarvan redelijkerwijs verhuisd dient te worden;
overlijden van koper of diens echtgeno(o)t(e) of partner waarmee de woning tezamen is aangekocht;
ontbinding van het huwelijk van koper door echtscheiding of verbreken geregistreerd partnerschap;
verhuizing waartoe wordt genoodzaakt door de gezondheid van koper of een van zijn gezinsleden;
bewoning/verhuur van/aan een familielid in eerste of 2de graad van koper of zijn/haar partner;
Aan de in lid c bedoelde ontheffing kan het college voorwaarden verbinden.