Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

De subsidieaanvraag

Onderdeel van Subsidieregeling peuter- en dreumesplaatsen Twenterand

1.. De houder vraagt de subsidie voor peuterplaatsen regulier en/of peuterplaatsen met VE uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie aan, met een door het college vastgesteld aanvraagformulier. De houder vraagt de subsidie voor 2022 uiterlijk aan op 1 november 2021. De aanvraag bevat in ieder geval een reële inschatting van het aantal uren te leveren peuteropvang en/of peuteropvang met VE per houder, waarop de afzonderlijke locaties worden vermeld, verdeeld in de volgende categorieën: peuters waarvan de ouders/verzorgers KOT ontvangen; peuters met een VE-indicatie waarvan de ouders/verzorgers KOT ontvangen; peuters waarvan de ouders/verzorgers geen KOT ontvangen; peuters met een VE-indicatie waarvan de ouders/verzorgers geen KOT ontvangen. 2.. De houder overlegt tevens: een onderbouwde berekening van de aan te vragen subsidie, uurtarief en gemiddeld verwachte ouderbijdrage; een pedagogisch beleidsplan met daarin aandacht voor ouderbetrokkenheid; een opleidingsplan. 3.. Houders die gedurende het kalenderjaar aan het kwaliteitskader voldoen en voor een eerste maal een subsidieaanvraag willen indienen (aangezien ze nog niet eerder voldeden aan het kwaliteitskader) kunnen lopende het kalenderjaar een subsidieaanvraag indienen die niet eerder ingaat dan datum aanvraag.

Rechtspraak bij dit artikel