In de exploitatievergunning staan voorwaarden benoemd waaraan de exploitant zich moet houden. Voorwaarden 1 t/m 10 corresponderen met de gedoogcriteria uit de Aanwijzing Opiumwet. Voorwaarden 11 t/m 21 betreffen lokale voorwaarden. Bij het niet naleven van één of meer van de voorwaarden 1 t/m 20, kan de burgemeester diverse maatregelen treffen (zie sanctiekader) en/of de exploitatievergunning intrekken.
Exploitatievoorwaarden:
Geen (verkoop van of in de exploitatie nuttigen van) alcohol;
Slechts verkoop van cannabisproducten vanuit expliciet door de gemeente gedoogde coffeeshops middels een exploitatievergunning en gedoogbeschikking;
Geen aanwezigheid en verkoop van harddrugs in de coffeeshop;
Geen affichering. Coffeeshops mogen geen online en offline reclame maken of verwijzingen doen dat op het betreffende adres softdrugs te verkrijgen is, anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit. Daarnaast mag de coffeeshop geen openbare sponsor zijn (Staatscourant 2000, 250);
Geen toegang aan personen beneden de leeftijd van 18 jaar: De exploitant kan dit voorkomen door bijvoorbeeld een legitimatieplicht voor bezoekers in te stellen;
Verbod verkoop aan personen beneden de leeftijd van 18 jaar (inclusief faciliteren van doorverkoop door bewust te verkopen aan een meerderjarige);
Geen overlast als gevolg van coffeeshop activiteiten. De uitstraling en toegestane gedragingen vanuit de coffeeshops kunnen gevoelens van onveiligheid onder burgers veroorzaken. De verkoop van softdrugs is immers niet legaal, alleen gedoogd. Indien de exploitant de exploitatievergunning heeft ontvangen, heeft de exploitant een inspanningsplicht om de overlast te beperken. Zolang de geconstateerde hinder rond een coffeeshop niet groter of anders is dan bij een gemiddeld horecabedrijf, is er geen sprake van overlast en dus ook geen overtreding van dit criterium (zie Horeca en afwegingskader overlast);
Een maximale transactie van 5 gram cannabis per klant per dag;
Niet meer dan 500 gram handelsvoorraad;
Geen vestiging in de nabijheid van scholen (afstandscriterium). Om de afstand tussen een coffeeshop en een school te bepalen geldt de reëel af te leggen afstand te voet over de openbare weg bestemd voor voetgangers (dus via voetgangersoversteekplaatsen) tussen de voordeur van de coffeeshop tot de hoofdingang van de school. Hierbij wordt conform bepalingen vanuit het Rijk en de VNG een afstand van 350m vastgesteld, tenzij aangetoond kan worden waarom dit niet mogelijk is en wordt aangegeven welke andere drempelverhogende maatregelen er genomen zijn. Onder school wordt verstaan een school voor voortgezet onderwijs (VMBO, HAVO, VWO of Gymnasium) en speciaal basisonderwijs.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3
Exploitatievergunningsvoorwaarden: Landelijke gedoogcriteria
Onderdeel van Coffeeshopbeleid Delft 2021 (met handhavingsarrangement)