Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.1

Relevante regelgeving taken en bevoegdheden

Onderdeel van Coffeeshopbeleid Delft 2021 (met handhavingsarrangement)

Bevoegdheden van de burgemeester De burgemeester is het bevoegde gezag voor de handhaving van het lokale coffeeshopbeleid. De bevoegdheden vloeien voort uit de volgende bepalingen: Op basis van artikel 174 Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op openbare inrichtingen en met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht. De burgemeester beschikt sinds 2007 op grond van artikel 13b van de Opiumwet over een bestuursrechtelijk handhavingsinstrument, namelijk het opleggen van een last onder bestuursdwang ten aanzien van een woning of lokaal dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven, indien daar een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Hiermee kan de burgemeester ook handhavend optreden op overlast. De burgemeester kan de vestiging van een coffeeshop op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), onder voorbehoud van gedoogvoorschriften, reguleren met een exploitatievergunning. Met deze vergunning wordt ook toestemming verleend voor de verkoop en het gebruik van softdrugs. De burgemeester kan de vergunning weigeren als de openbare orde gevaar loopt of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed, rekening houdend met het karakter van de beoogde vestiging en de directe omgeving, de al aanwezige horeca en de wijze van bedrijfsvoering. Bij deze belangenafweging wordt rekening gehouden met het specifieke karakter van de coffeeshops.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel