• - De (aanvangs)huurprijs voor sociale huurwoningen is, gerekend vanaf de eerste ingebruikname en gedurende de gehele instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 4 eerste lid van deze verordening, maximaal het bedrag op de liberalisatiegrens.
  • - De liberalisatiegrens wordt jaarlijks per 1 januari gewijzigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a en het vierde lid, jo. Artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag (en jo. Artikel 12 van het Besluit huurprijzen woonruimte).
  • - De aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt tenminste het bedrag gelegen op de liberalisatiegrens en ten hoogste € 988,- per maand (prijspeil 2021).
  • - De in het derde lid bedoelde maximale aanvangshuurprijs wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de CPI.
  • - De huurprijs van een lopend huurcontract van een middeldure huurwoningen mag, bij een instandhoudingstermijn van 15 jaar, jaarlijks worden verhoogd met maximaal de CPI + 1%. De hoogte van de aanvangshuurprijs van middeldure huurwoningen dient evenwel gerekend vanaf de eerste ingebruikname, en gedurende de volledige instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 4 lid 2, met toepassing van het vierde lid van het onderhavige artikel te blijven vallen binnen de in het tweede lid van het onderhavige artikel genoemde prijsgrenzen.