Naar hoofdinhoud
Jeugdigen en/of diens ouders kunnen een hulpvraag mondeling, telefonisch of schriftelijk (ook digitaal) melden bij het college. Het college bevestigt de ontvangst van een hulpvraag zo spoedig mogelijk schriftelijk middels een bevestiging en informeert de jeugdige en/of ouders over de gang van zaken, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. Na ontvangst van de hulpvraag start het onderzoek zoals bedoeld in artikel 4.3. Als de oplossing (deels) bestaat uit een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet dan neemt het college uiterlijk binnen 8 weken na datum van ontvangst van de hulpvraag een besluit. Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en de situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met de jeugdige en/of ouders een afspraak voor een gesprek. Voorafgaand aan het gesprek verschaffen de jeugdige en/of diens ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige en/of diens ouders geven inzage in een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de wet op de identificatieplicht. Het college kan in overleg met de jeugdige en/of diens ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het vierde lid. De jeugdige en/of diens ouders verlenen hun medewerking aan het vooronderzoek als bedoeld in het vierde lid alsmede een onderzoek als bedoeld in artikel 4.8 om in aanmerking te komen voor een individuele voorziening. Als de jeugdige en/of diens ouders onvoldoende medewerking verlenen aan het vooronderzoek als bedoeld in het vierde lid alsmede een onderzoek als bedoeld in artikel 4.8 en daardoor de situatie van de jeugdige en/of ouders onvoldoende in kaart kan worden gebracht, kan er geen individuele voorziening worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel