Naar hoofdinhoud
Indien de jeugdige en/of diens ouders het wenst, verstrekt het college een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. Vastgesteld is dat ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen, en in staat zijn om de rechten en plichten die zijn verbonden aan het pgb op een verantwoorde manier uit te voeren. De volgende voorwaarden zijn van toepassing op de berekening en de hoogte van het pgb: De hoogte van het pgb wordt bepaald aan de hand van de in het plan van aanpak beschreven resultaten en het budgetplan wat door de jeugdige en/of diens ouders is opgesteld over hoe zij het pgb gaan besteden. De hoogte van het pgb is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp in te kopen. De hoogte van het pgb bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate individuele voorziening in natura. Het college houdt bij de vaststelling van de hoogte van het pgb rekening met het feit of er sprake is van formele hulp of informele hulp. Bij de differentiatie van tarieven zoals genoemd in het derde lid, sub d wordt onderscheid gemaakt tussen geregistreerde jeugdhulporganisaties, -instellingen en zzp'ers die aan de kwaliteitseisen voldoen en jeugdhulp leveren (formele hulp) enerzijds en informele zorgverleners anderzijds. De jeugdhulp in pgb wordt toegekend met de tarieven genoemd in het Besluit Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp. Dit betreft een tarief per eenheid, bijvoorbeeld uren of dagen. De hoogte van het persoonsgebonden budget binnen deze jeugdhulp is het aantal benodigde eenheden maal het geldende tarief voor de benodigde jeugdhulp. Jaarlijks per 1 januari vindt indexering plaats van de tarieven, met uitzondering van het kilometertarief en als er sprake is van kostprijsvergoeding. De indexering bedraagt hetzelfde percentage als de indexering van de tarieven zorg in natura dat wordt gebruikt voor de inkoop van jeugdhulp. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden krijgen van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: Het betreft persoonlijke verzorging en begeleiding. Dit leidt volgens het oordeel van de persoon die de ondersteuning aan belanghebbende verstrekt voor hen niet tot overbelasting. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp. Gewaarborgd is dat de voorziening die met het pgb betaald wordt, van goede kwaliteit is. De jeugdhulpaanbieder dient te voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de wet. De aanvraag voor een pgb omvat in ieder geval: de motivatie waarom het zorg in natura-aanbod van de gemeente niet passend is en een pgb gewenst is de te treffen individuele voorziening en het beoogde doel de voorgenomen uitvoering daarvan inclusief uitvoerder en kosten en de kwalificaties van de uitvoerder vastgelegd in het budgetplan Het college kan een pgb weigeren indien aan de jeugdige en/of zijn ouders in de afgelopen jaren, voorafgaand aan de datum van het gesprek, een pgb is verleend en waarbij door de jeugdige of zijn ouders niet is voldaan aan de voorwaarden van het pgb. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: kosten voor bemiddeling kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers kosten voor het voeren van een pgb-administratie kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb Om de afspraken tussen jeugdhulpaanbieder en de jeugdige en/of ouders vast te leggen wordt verplicht gebruik gemaakt van de modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Het college kan al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s onderzoeken vanuit het oogpunt van kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid. Het college kan in de beleidsregels nadere criteria omtrent pgb vaststellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel