Voor de inzet van vervoer moet altijd worden voldaan aan onderstaande voorwaarden:
1. De noodzaak voor een vervoersvoorziening wordt vastgesteld door de zorgaanbieder of door het college waarbij is vastgesteld dat in de inkoopafspraken onvoldoende rekening gehouden is met de vervoerscomponent.
2. Een jeugdige komt in aanmerking voor een vervoersvoorziening van en naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden als:
a. de jeugdige niet op eigen gelegenheid naar de locatie kan reizen (vanwege medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid); én
b. er sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid van de ouders (niet zelf kunnen vervoeren); én
c. er geen sprake is van mogelijkheden in de sociale omgeving van de jeugdige om het vervoer te kunnen verzorgen; én
d. er sprake is van bovengebruikelijke kosten.
3. De vervoersvoorziening is een vergoeding van de goedkoopst adequate kosten. De berekening van de vergoeding is toegelicht op www.zorginregiohartvanbrabant.nl.