1. Ambitie en urgentie
De factor ‘ambitie’ stelt in beginsel de vraag in hoeverre de ontwikkeling bijdraagt aan de ambities die de gemeente ambieert. De ambitie kan voortkomen uit de Omgevingsvisie Nieuwkoop, de beleidsdocumenten, het raads-/coalitieakkoord en het collegeprogramma (zie hoofdstuk 4). Deze documenten geven ook aan of ontwikkelingen juist strijdig zijn met de gestelde ambities en het beleid. Dit kan een rol spelen bij het wel of niet meewerken met marktinitiatieven bij faciliterend grondbeleid.
De factor ‘urgentie’ stelt in hoeverre de ontwikkeling maatschappelijk urgent is of urgentie vanuit de gemeente vraagt. Met andere woorden: speelt er een sterk maatschappelijk en urgent belang waarvoor de ontwikkeling benodigd is.
2. Sturing en regie
Bij de factoren ‘sturing en regie’ is bepalend in welke mate de gemeente regie moet of wil voeren om de gestelde ambities te bereiken. Als een ontwikkeling niet van de grond komt door het gebrek aan marktinitiatief kan regie gevoerd worden vanuit de gemeente, indien grondposities, financiële middelen en personele capaciteit beschikbaar zijn.
Ook moet worden bepaald of sturing op de planvorming en het programma vanuit de gemeente noodzakelijk is om tot het gewenste resultaat te komen. Als een private partij met de gestelde ambities of conform het gestelde beleid tot ontwikkeling komt is sturing vanuit de gemeente niet noodzakelijk.
3. Risico en rendement
De factoren ‘risico’ en ‘rendement’ zijn twee individuele factoren die veel samenhang kennen, want het behalen van rendement gaat vaak gepaard met risico’s. Bij de factor ‘risico’ moet de afweging gemaakt worden hoeveel risico de gemeente bereid is te lopen bij de ontwikkeling. Om de risico’s in kaart te brengen kan een voorlopige risicoanalyse opgesteld worden met de standaard- en project specifieke risico’s (zie §5.6).
In het kader van de factor ‘rendement’ valt er maatschappelijk en financieel rendement te behalen.
Aan de ene kant is het een afweging in hoeverre de gemeente de ontwikkeling zou uitvoeren met een eventueel verlies op de grondexploitatie om maatschappelijk rendement (ook wel de factoren ‘ambitie en urgentie’) te behalen. Aan de andere kant kan financieel rendement een argument zijn om juist een ontwikkeling zelf te realiseren op basis van een indicatie van het financieel (gunstige) resultaat.
4. Grondpositie en marktinitiatief
Bij de factor ‘grondpositie’ wordt een tweedeling gemaakt. In eerste instantie speelt de vraag in hoeverre de gemeente bereid is eigen gronden in te zetten bij een ontwikkeling, dit zijn zowel de strategische gronden als de vrijgekomen gemeentelijke gronden. Daarnaast zal er bij het voeren van actief grondbeleid, waarbij de ontwikkeling op eigen gronden plaatsvindt, in de toekomst een afweging moeten worden gemaakt over het aankopen van nieuwe gronden. Daarvoor zijn geschikte gronden en financiële middelen nodig. Alle voorgaande afwegingen bepalen of de gemeente bereid is gronden aan te kopen.
De factor ‘marktinitiatief’ is afhankelijk van initiatieven vanuit de markt. Zoals bij de factoren ‘sturing en regie’ al is aangegeven zal de gemeente bij gebrek aan marktinitiatieven of bij gewenste sturing zelf regie moeten pakken. Daarnaast spelen de factoren ‘ambitie en urgentie’ een rol bij het wachten op initiatieven vanuit de markt of uitvoeren van ontwikkelingen op eigen grond. Bij veel ambitie en urgentie zal de gemeente eerder zelf initiatief nemen in plaats van marktinitiatief afwachten.