Bij faciliterend grondbeleid vindt kostendekking plaats middels een bijdrage. Deze bijdrage wordt kostenverhaal genoemd.
Wettelijk kader
Er zijn twee voorwaarden voor wettelijk verplicht kostenverhaal (Wro afdeling 6.4), waarbij het wettelijk kader onder de Omgevingswet nagenoeg hetzelfde blijft:
Het ruimtelijk besluit voorziet in een aangewezen bouwplan (Bro artikel 6.2.1 en Ob artikel 8.13). Dit kan nieuwbouw betreffen maar ook omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen;
De realisatie van een aangewezen bouwplan heeft een ruimtelijk besluit nodig, zoals de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, een projectbesluit of een projectafwijkingsbesluit.
Indien aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan is het kostenverhaal te onderscheiden in twee soorten afdwingbare gemeentelijke kosten.
Gebiedseigen kosten: De kosten die nodig zijn voor de ontwikkeling van het eigen exploitatiegebied zoals het bouw- en woonrijp maken, (ambtelijke) plankosten, onderzoekskosten en planschade.
Bovenwijkse voorzieningen: De kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen waarvan meerdere exploitatiegebieden profijt hebben. Bijvoorbeeld de aanleg van een rotonde of ontsluitingsweg (Wro artikel 6.13 lid 6).
Instrumenten kostenverhaal
De kosten kunnen op twee manier worden verhaald, namelijk via het privaatrechtelijk spoor of publiekrechtelijk spoor.
Privaatrechtelijk
Bij het privaatrechtelijke spoor worden de afspraken tussen de initiatiefnemer en de gemeente vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. In de overeenkomst worden onder andere de locatie-eisen (wat mag er op de locatie) en de te verhalen kosten vastgelegd. Het voordeel aan een anterieure overeenkomst is dat er contractvrijheid is, waarbij afgeweken kan worden van de voorgeschreven kostensoortenlijst. In de praktijk wordt kostenverhaal vaak privaatrechtelijk vastgelegd.
Publiekrechtelijk
Als het kostenverhaal niet ‘anderszins verzekerd’ is via een anterieure overeenkomst moeten de kosten verhaald worden via het publiekrechtelijke spoor. Hierbij worden de afspraken tussen de initiatiefnemer en de gemeente vastgelegd in een posterieure overeenkomst bij de omgevingsvergunningsprocedure. Deze overeenkomst wordt gesloten na het vaststellen van het bestemmingsplan en op basis van het exploitatieplan. Tegelijk met het bestemmingsplan moet een exploitatieplan worden vastgesteld door de gemeenteraad. Als uitzondering kan met het toepassen van de Crisis- en herstelwet (Chw) en het vaststellen van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, het kostenverhaal worden uitgesteld tot de omgevingsvergunning voor het bouwen.
Het exploitatieplan bevat ten minste een kaart van het exploitatiegebied, een omschrijving van de werken en werkzaamheden en een grondexploitatieopzet. In een grondexploitatieopzet zijn ramingen opgenomen van de inbrengwaarde, kosten (alleen van de kostensoortenlijst), opbrengsten, fasering en de wijze van toerekening van de te verhalen kosten. Het exploitatieplan dient na inwerkingtreding ten minste eenmaal per jaar te worden herzien en te voldoen aan de richtlijnen van de wetgeving. Onder de omgevingswet zal het exploitatieplan opgaan in het Omgevingsplan.
Kostensoortenlijst
Bij het verhalen van kosten is het uitgangspunt om de kostensoortenlijst (Bro artikel 6.2.3 t/m 6.2.5) aan te houden. In de Omgevingswet wordt de kostensoortenlijst onderdeel van het Aanvullingsbesluit grondeigendom (afdeling 8.4) aangevuld met actuele, voorkomende investeringen in het openbaar gebied, zoals investeringen voor klimaatadaptie, energietransitie en nieuwe mobiliteitsconcepten.